Bloem van Kiev

Ik was op weg naar Bangkok via Kiev. Ik doe die route wel meer. Een interessante route voor mensen van bij ons. Borispol is het Zaventem van Kiev. In luchthavens vind je altijd mensen in wie je je niet herkent. Bevreemdende rituelen, onvoorspelbare wendingen, of een kleine verrassing. Of schoenen die je zelf niet om de kleur of de vorm zou durven dragen. De korte kant van mensen.

Luchthavens zijn altijd gebouwd in landelijke gebieden bij een grote stad die al eeuwen bestaat. Ze krijgen de naam van het landelijke gebied. Dat kan tot verwarring leiden. In Zaventem stond ik aan te schuiven in zo’n koffiebar met zelfbediening. Het ging traag. Achter mij was de ranke Oekraïense komen staan. Ze was net in het stadium vòòr de rijpere vrouw. Dus had ze nog alle fantasie, alle ondeugd, alle inventiviteit, alle lef beschikbaar.
Ik durfde me dit keer niet omdraaien en haar alweer in de ogen kijken. Het kon gênant blijken – of ik een manie in het staren naar vrouwen had.

Alphonse Wijnants, Bloem van Kiev

Aan de kassa vorderde het niet, een tekort aan wisselgeld. De jonge Slavische had een ruime plastic draagtas om haar linker- en een handtas met merk over de andere schouder. Het ging te traag, beter, het stond stil. Een loopjongen was weggestuurd.
Uit de tas van de jonge blonde vrouw stak een papieren tuit met lekkere koffiekoeken, hun kroon met hagelblanke gesmolten suiker overgoten. Ze had de hele counter afgelopen en ik had haar ademloos nagekeken, hoe sierlijk ze de lekkernijen monsterde, hoe voornaam ze een gebakje in de tuit legde, hoe haar pink krulde, hoe ze opging in de deegwaren, hoe kwetsbaar haar kuiten bij het stappen op die hoge hakken werden, en hoe broos haar enkel.

Ik keek de hele tijd al te lang en te veel naar haar. Kijken, kijken… het was een beaat spel van begoochelingen. Al die tijd maar kijken waar ze liep, hoe, en met welke vanzelfsprekende bevalligheid. Ik kon me niet van haar losmaken, bleef haar in het oog houden en genoot. Allerlei gedachten overvielen me. En als jij ook voor vrouwelijk schoon valt, laat ik je zelf raden wat er door mijn hoofd ging.
Hoe neem je een ogenschijnlijk nonchalante houding aan, als je met een wezen geconfronteerd wordt dat je uit je lood slaat? Indien niet, sta je lekker voor schut als ouwe snoeper…

Ze was wondermooi, mijn Bloem van Kiev, zo’n Slavische schoonheid zonder einde. Een ingetogen schoonheid. Een sprookje uit Kiev waar Isaac Babel nog in zijn jeugd over de promenade had gelopen. Ze had mij zomaar geantwoord toen ik aan een Hollandse artsin-zonder-grenzen vroeg of ik bij de juiste desk voor mijn bagagedrop was. Maar die zweeg geringschattend.
‘Ki-eeev!’ had de ranke Oekraïense me direct toegevoegd, ‘Here Kie-iiif flight!’ – die intonatie – en ze wees voor zich uit waar zich net een kronkelende rij begon te vormen.

Alphonse Wijnants, Bloem van Kiev

De artsin had het aan de lopende band druk met telefoontjes, waar ze ging arriveren, wie daar met de SUV op haar wachtte, waar ze naartoe gebracht werd, wie ze daar zou ontmoeten, welke voorname personen in de hiërarchie van de plaatselijke organisatie aanwezig waren, welke mensen hun eigen plan moesten trekken. Belangrijk. Ze was daar nogal kordaat in en blafte dat die zus, en die zo, zijn plaats moest kennen. Desnoods erop gezet moest worden.

Dat minutieuze gebazel nam groteske proporties aan. Ik mocht alles meehoren.
Met al dat geregel tikten de overheadkosten van de NGO wel een flinke hap uit de gulle giften van de menslievende schenkers, bedacht ik me zo. Mij leek haar gedoe eerder op verlatingsangst.
Waar is de improvisatie en het onberekenende avontuur in het mensenredden gebleven? Ik wou me niet verdiepen in de paradox, of die NGO’s het nu doen om mensen te helpen of zichzelf een ferme veilige job in een exotisch buitenland te geven.
Ik heb er in onze tijd een soort wantrouwen over. Het is vilein, jawel!

Ik ben nog opgegroeid met het beeld van de ploeterende dokter in zijn ouwe pick-up in de brandende zon op weg naar een dorp dat nog niet op de kaart staat. Die truck blijft altijd in grote moddergaten hangen. Hij is alleen, mijn held, en geen denken aan dat hij in ieder dorp met de plaatselijke schoonheid in bed wil duiken. In bed duiken met zo’n hedendaagse hulpverlener noemt men in het hulpverleningsjargon seksuele gunsten toestaan en geeft de vluchteling status en een bepaald soort hogere bescherming, in de vluchtelingenkampen weten ze er tegenwoordig alles van.

Alphonse Wijnants, Bloem van Kiev

In de school van mijn dorp verzamelden we als kleine jongens alleen maar zilverpapier van de chocoladewikkels en na een week had een negerjongetje voor een heel jaar eten. Een mirakel! Een intrigerende gedachte in mijn prille jaren.

Het meisje van Kiev leek net haar dertigste binnengestapt. Met de frisse nonchalance van de tiener en de onbestemdheid van de twintiger. Neen, je vergist je! Ze probeerde niet de aandacht van iedereen te trekken, integendeel. Ze was een delicaat brokje dat alleen een goudzoeker met geoefend oog uit het gruis in zijn zeef op kan pikken.

Even onopvallend als ze achter mij was komen staan, liep ze zomaar naar buiten zonder te betalen. Er was nog altijd geen wisselgeld aangevoerd en er heerste een soort chaos. Achter mijn rug liep ze zomaar naar buiten. Ze bewoog zo sierlijk haar leden als de buigzame lenigheid die de stengel van een veredelde roos in de bries van een stadspark in Kiev aan de boord van de Dnjepr kan tonen.

Ze loste zich als een mysterie in de drukte van de luchthaven op, de drukte van jachtige reizigers, bepakte reizigers, gefocuste reizigers, slalommende reizigers. Bijna had ik haar koeken vooralsnog willen betalen. Maar verzwonden was ze en zo zou ze alleen nog als de indruk van een beeld in mijn brein achterblijven.

Alphonse Wijnants, Bloem van Kiev

Zaventem was de tuin waarin die bloem voor mij verschenen was.
Slavische schoonheid, waarom val ik daar nou voor? Heeft het iets met vormen, volumes of dijen te maken. Jawel, de meisjes zijn rank, broze onbestendigheid. Maar toch, er is meer.
Er zijn ook die lichtgroene ogen, blond haar dat strak om het hoofd zit en de lijn van een gelaat accentueert. Maar vooral zijn het toch die ogen en hoe in de twee buitenste ooghoeken soms sprankjes oplichten, als het hemelse gepinkel van een ster in een beloftevol universum. Angelieke fantasieën.
En hoe kwam het dat me vroeger en jonger niet echt de schoonheid van vrouwen opviel? Maar nu des te harder?
Mijn meisje uit Kiev had iets onaards, of toch een zweem ervan.

Enkele uren later in het vliegtuig op weg naar Kiev passeerde ze me tot mijn stomme verbazing, richting toilet. Ze kwam uit de businessclass. Ik zat aan de gangzijde; en verbeeldde ik me dat ze me onmerkbaar aanstootte? Opnieuw met zo’n bag.
Had ze mogelijk de juwelen van de passagiers om haar heen gejat en was ze op weg voor de definitieve verdwijntruc. Ik kon mijn fantasie maar moeilijk in bedwang houden. Mogelijk zweefde er een satellietkluis om de aarde, die ze had gehuurd en kon ze met telekinetische krachten het goud en zilver en de diamanten naar het hemelse onderkomen transfereren?

Dit keer keek ik haar recht in de ogen, brutaal! Maar ze gaf geen kik en gedroeg zich of ze mij niet herkende. Of nee, haar zoete groene ogen waren uitdrukkingsloos. Iedere spoor van een emotie uitgewist. Alsof ze er geen spijt van had, van die koeken!
Misschien was dat echt zo, ik met mijn manieën denk te veel.

Alphonse Wijnants, Bloem van Kiev

 

November 2018, Suvarnabhumi, Bangkok

Foto: d.facebook.com

Alphonse Wijnants
Over Alphonse Wijnants 26 Artikelen
Alphonse Wijnants (België) is gewezen leraar en directeur van middelbare scholen. Voormalig copywriter. Heden: Ronddwalen in Zuidoost-Azië en kortverhalen schrijven over mensen en voorvallen aldaar.

2 Comments

  1. Na het lezen van dit stuk voel ik de onweerstaanbare aandrang om mijn te vroeg geboekte volgende vlucht snel te cancelen. Zulke Oekraïense bloemen zoals door Alphonse beschreven zie je zelden bij Arabische airlines, jammer toch!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*