Birmese Passages (11). De geur van drukinkt


Antonin Cee, Birmese passages 11, Drukinkt, Cafe de Flore
Het schrijversvak bespreken…

De geur van inkt en papier. Sommige mensen gaan er van hemelen. Een Engelse vriend had er aperte ideeën over. Het was tijdens die hoopvolle dagen, dat we met ontelbare kleintjes koffie op de terrasjes van de voormalige literaire café’s van Parijs het schrijverschap bespraken. In Café de Flore, Les Deux Magots en soms, Le Dôme op Montparnasse, waar Henri Miller samen met Mona in zijn frivolere dagen had uitgehangen. En we gingen kijken op Place Vendome.

Want daar had Breton het licht op de schilderijen van Courbet gezien ‘op het moment dat de zuil viel’.* In goede surrealistische traditie, haalde hij het zo maar spontaan uit zijn Freudiaanse onderbewuste. Pas toen hij twee dagen niet geslapen had kwam hij er echt mee klaar.  We wilden wel eens weten wat er zo bijzonder aan dat licht was. Verried het onwillekeurig toch iets, wat hij  liever op afstand hield?

Antonin Cee, Birmese passages 11, de geur. Parijs
Het licht ‘voordat de zuil viel’…

Op een gure winterdag gingen we er heen en lieten ons neer op het marmer tussen de duiven. Er flink op los mediterend over alle zwenkingen in politieke smaak, staarden we naar de meest recente kopie van Napoleon, nu toch maar weer eens uitgedost als Marcus Aurelius. Als je wilt toegeven aan de ijdelheid die schrijven onbetwistbaar is, zo werd mijn vriend niet moe me uit leggen, dan moet je verzot zijn op papier, vulpennen en de geur van drukinkt. Voor hem was dat een onverbiddelijke voorwaarde. Als je er niet aan kon voldoen, dan kon je het gerust vergeten. Hoe hij er nu over denkt, weet ik niet. We verloren elkaar uit het oog en ik heb nooit enig schrijfsel van hem gezien. Ofschoon hij me bij die gelegenheden verzekerde, dat hij ‘het had’ en opgewonden kon raken, op het erotische af, als hij de geur van vers bedrukt papier in zijn neus kreeg.

De tijdsgeest had daarentegen de geur van bloemen en blije verwachtingen. De wereld was nog niet ‘fucked up’, zoals ik nu zowat dagelijks van allerlei mensen te horen krijg. Iedereen moet het stellen met zijn eigen tijdgebonden inzichten. Misschien had deze vriend indertijd het gelijk aan zijn kant. Zonder enig idee te hebben van wat er nog voor hem lag. Het was allemaal voor de digitale omwenteling. Jeremia nog aan toe, er wordt nu meer geschreven dan ooit. En ook op andere artistieke gebieden wordt er frenetiek gecomponeerd, gekneed en gekwast.

In de ludieke jaren zestig was het in kunstenaarskringen veelvuldig te beluisteren. Iedereen moest kunstenaar zijn; een oproep die kennelijk niet op dovenmansoren gevallen is. Als dit zo doorgaat, zijn er straks meer schrijvers dan lezers, meer muzikanten dan publiek, meer schilders dan er wanden zijn om die kunstwerken op te hangen. Dat laatste is trouwens ook niet helemaal splinternieuw, want in de kelders van de contraprestatie liggen al zeker een halve eeuw talloze nog niet ingelijste doeken te beschimmelen.

Antonin Cee, Birmese passages 11, de geur, Drukinkt
Opgewonden raken bij de geur van drukinkt…

Schrijven met de geur van inkt als inspiratiebron heeft natuurlijk allang afgedaan. Computers en printers zijn geurloos. Schilders mogen zich gelukkig prijzen dat ze hun terpentijn nog hebben. Hoewel de nieuwste programma’s van Paint ook die geur wellicht binnen afzienbare tijd naar het verleden zullen trappen.

Met de geur van drukinkt heb ik eerlijk gezegd nooit veel gehad. Schrijven, waar zeker in een land als Frankrijk een overdreven belang aan wordt gehecht,  is voor mij altijd niet meer geweest dan de minst vervelende manier om haring en wittebrood te kunnen kopen. Je kon het in je eigen tijd doen, waar en wanneer je maar wilt en je kunt met weinig gereedschap toe. Creaties uit lucht spatelen, meer heb je als grondstof niet nodig. Er zijn natuurlijk deadlines, zeker als je voor een krant werkt, maar er blijft voldoende ruimte over om te lanterfanten. Om daarmee de broodnodige inspiratie op te doen natuurlijk.

Antonin Cee, Birmese passages 11, The Nation, Drukinkt, Maar dit keer ging ik er echt voor zitten. Om binnen te geraken bij The Nation pakte ik het nu maar eens bloedserieus aan. Puur overleven was het. Twee dagen lang zat ik onder het afdak bij Chom plichtsgetrouw te tikken om dat reisverhaal over Birma gestalte te geven. En ik zette mijn beste beentje voor en gaf het alles wat ik had. Ik verwerkte er het onderhoud met rebellenleider Mengre in, de ontmoeting met Thado, die het teken droeg, wat citaatjes van de chef van Tourist Birma en de gesprekken met Sam. Over Calla had ik het niet, want dat was nog altijd hypergevoelig gebied. Hoewel ik wel gewag maakte van het bezoek aan het huis van Orwell in Syriam. Maar haar streepte ik door. Toen ik het neertikte kwamen er weer visioenen van die bloemenmond bovendrijven. Zo goed en kwaad als het ging duwde ik ze weg en probeerde me niet te laten afleiden.

Buiten die ‘write ups’, die ik voor Bachoë had gemaakt en wat andere niemendalletjes, had ik eigenlijk totaal geen journalistieke ervaring. Om het maar ronduit te zeggen, ik wist niets van het vak en de geur die ermee gepaard ging had  ik nog nooit opgesnoven. Erg vlotjes ging het allemaal niet. En omdat het in het Engels moest, werd het er niet gemakkelijker op. Natuurlijk kun je je dingen eigen maken. Maar in de taal waarin je geboren en getogen bent, vliegen de woorden toch altijd wat onbevangener rond.

Om er een lekker lopend verhaal van te maken, bediende ik me van een techniekje, dat ik bij Henri Miller had afgekeken. Die had, zoals hij zelf ruiterlijk toegeeft, ook zijn moeilijke schrijfmomenten gehad. Om de creatieve stroom op gang te houden maakte hij voordat hij begon een lijstje van woorden en prikte dat op de muur boven zijn werktafel. Vastbesloten ze er indien nodig met de haren bij te slepen. Zo ongeveer deed ik het ook, al moet ik zeggen dat het me later allemaal wat gemakkelijker afging…

Antonin Cee, Birmese Passages, de geur, Henri Miller
Henri Miller: woorden er met de haren bijslepen’…

Chom, die mijn hergeboorte met een welwillend oog gadesloeg, kwam met Nescafé, gegrilde kip, papajasalade en plakrijst, en zorgde ervoor dat mijn waterglas gevuld bleef. Na mijn periode van anorexia amorae, deed ze er alles aan om me weer te laten aansterken, de schat. Zo af en toe had ze het erover, dat ze genoeg had van Bangkok. Ze dacht erover terug te keren naar de Isarn om daar haar handeltje te beginnen. Niet in haar geboortedorp maar in een wat grotere stad zoals Nakhon Ratchasima.

Storm liep het niet in dat winkeltje van haar. Op goede dagen verkocht ze hooguit enkele flessen wijn voor het merendeel aan afhaalklanten. Ze had inmiddels voldoende contacten op de Dievenmarkt van Klong Toey om haar voorraad zonder bemoeienis van broer Fiscus voor goede prijzen te kunnen inkopen. Het Thaise gehemelte had inmiddels schoorvoetend het opwekkende druivensap ontdekt en er haar goedkeuring over uitgesproken.

Met de forse importbelasting op wijn, kon geen enkele officiële drankwinkel tegen haar aanbiedingen op. In de Isarn zou het ook wel lukken, dacht ze. Tussen neus en lippen had ze me gevraagd of ik misschien ook die kant op wilde. En met een onderzoekende blik in haar ogen of ik haar een beginkapitaaltje kon lenen om het zaakje op te zetten. Iets wat gezien mijn precaire pecuniaire toestand natuurlijk onmogelijk was. In het besef, dat er van mijn kant niet op assistentie gerekend kon worden, liet ze het er verder maar bij.

Terwijl ik mijn artikel zat te tikken, kwam op een ochtend de tuk-tuk chauffeur die me bedreigd had weer eens  aanwaggelen. Ondanks het vroege uur leek hij al straalbezopen. Misschien wilde hij zijn pistool opeisen. Welke bedoelingen hij in zijn hoofd had, ben ik nooit aan de weet gekomen. Want Chom ging pal voor hem staan en liet hem niet onder haar afdak. Met alleen het gerinkel van de windbelletjes, stonden ze daar tegenover elkaar, minutenlang. Chom zeker twee koppen boven hem uittorenend, zonder een woord te zeggen, haar hoofd geheven naar de lucht alsof ze daar net een UFO had waargenomen. Zonder hem zelfs maar een keer aan te kijken alsof ze daar toevallig stond en er geen erg in had dat hij er ook was. Het kereltje, met moeite opklimmend tot haar boezem  en niet goed wetend hoe het verder moest, stond er potsierlijk bij, op zijn korte pootjes heen en weer bewegend  zoals devote joden tijdens hun gebeden aan de Klaagmuur. Totdat hij uiteindelijk capituleerde. Hij stamelde wat onsamenhangende kreten uit die ik voor verwensingen hield, draaide zich uiterst langzaam om en schreed waggelend weer verder over het loopbruggetje.

Antonin Cee, Birmese passages 11, De Geur, vuilnis

Enkele wankele passen verder bleef hij opnieuw stilstaan en boog zich voorover. Ik dacht dat hij weer ging kotsen en aangenomen moet worden dat dit het plan in zijn dronken hoofd geweest moet zijn. Maar zijn fatum besliste anders. Want zijdelings, zo ongeveer als iemand zich op een bed kan neer vleien, viel hij van het bruggetje in het ronddrijvende vuilnis. Diep was dat water niet en ik verwachtte elk moment hem er weer uit te zien klauteren. Maar dat gebeurde niet. Ineens slaakte Chom een gil en stond met enkele sprongen bij hem.

Vermoedend dat het goed fout zat volgde ik haar. Levenloos dreef het kereltje op zijn buik in de rotzooi daar beneden. Later zou blijken dat hij met zijn hoofd op een paaltje gevallen was, precies op zijn ingedeukte slaap. Binnen een mum van tijd stond er een drom mensen omheen en het loopbruggetje begon vervaarlijk te kraken, zodat ik begon te vrezen dat we met zijn allen in de vuilnisbelt zouden belanden.  Een paar mannen sprongen in het water en tilden het lichaam eruit.  Het bleef daar zeker twee uur liggen om door iedereen nauwgezet bekeken te worden alsof het om een exotisch voorwerp ging.

Antonin Cee, Birmese passages 11. de geur, ambulance
Werkend op commissie basis…

Ambulances verbonden aan ziekenhuizen werken op commissiebasis en worden voortgestuwd door onderlinge concurrentie. Als er ergens een ongeval plaatsvindt zijn ze er als de kippen bij. Ze doen er alles aan om als eerste te plaatse te zijn om hun lading veilig te stellen en daarmee hun commissie. Maar dat geldt niet voor de sloppenwijk, want iemand moet wel de rekening betalen. Zeker in geval van dit kereltje die daar moederziel alleen woonde, was dat nogal twijfelachtig. Niemand kon zeggen of hij nog ergens familie had.

Uiteindelijk kwam er een politieagent bij om een ambulancedienst op te roepen van een of andere charitatieve instelling, die het dode lichaam afvoerde. Naar een tempel, die had toegezegd het gratis te verbranden. Nooit heeft dit kereltje zijn zijn rechtmatige bezit teruggekregen. Maar zijn erfenis is hier. Tot op de dag van vandaag ligt zijn pistool nog ergens onaangeroerd in  een la bij me thuis met daarnaast een vol magazijn. Maar gisteren terwijl ik dit neerschreef, haalde ik het weer eens tevoorschijn. Om aan de loop te ruiken, om te zien of daarmee de herinneringen van weleer waren op te roepen.  Geen enkele waarneembare geur te detecteren.  Maar gezien ze een onlosmakelijk deel is van deze gebeurtenissen, stond Calla,  die net zo pardoes verdween als de tuk-tuk chauffeur, ineens haarscherp voor me. Een chimeara, die ik dacht zo te kunnen aanraken. Even was er weer de pijn van toen. voor deze vrouw voor altijd…

*Op Place Vendome liet Napoleon een standbeeld van zichzelf neerzetten na de slag bij Austerlitz. Het werd met veranderende politieke overtuigingen verschillende keren weggehaald en weer in ere hersteld.

Wordt vervolgd.

De hele serie leest u hier: https://www.trefpuntazie.com/tag/birmese-passages/

 


Beste lezer

Trefpunt Azië is een reclamevrije site geheel gemaakt door vrijwilligers. Al onze berichten zijn voor iedereen te lezen. Maar het in stand houden van een website als Trefpunt Azië kost geld; er zijn kosten voor software om de site te maken en de huur van serverruimte zodat hij te zien is. Die kosten worden gedragen door leden van de redactie en die kunnen daarbij wel wat hulp gebruiken. Als u wilt helpen met een (kleine) bijdrage klik dan op de rode knop rechtsonderdaan op de pagina en doneer, dat kan al vanaf 3 euro. Wilt u op een andere manier helpen? Mail dan even met de redactie: post@trefpuntazie.com

Dankzij uw bijdrage kan Trefpunt Azië elke dag nieuws en achtergronden uit uw favoriete werelddeel blijven brengen.

 

Antonin Cee
Over Antonin Cee 195 Artikelen
Antonin Cee woont sinds eind jaren tachtig in Chiangmai en voerde themareizen uit. Hij studeerde filosofie aan de Universiteit van Montpellier in Frankrijk en werkte enige tijd als redacteur bij The Nation in Bangkok. Ook schreef hij artikelen voor verschillende Nederlandse, Belgische en Engelstalige magazines. Met zijn achttienjarige dochter vormt hij een eenoudergezin en brengt elk jaar enige tijd door in Zuid-Frankrijk. Hij publiceerde een verhalenbundel getiteld 'Inheems Kruid'. Onlangs bracht hij zijn tweede boek 'Thailand tegen het Licht' uit. Beide boeken zijn zonder verzendkosten te bestellen bij www.amazon.de.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*