Birmese passages (9). De dood in het hart

in het hart
De dood in het hart

Het is net als houtworm. Als de dood eenmaal in het hart zit, krijg je die moeilijk weg. Volkomen opgesloten in mijn eigen rondspringende zielenroerselen, waren er momenten dat ik Calla vervloekte (om de pijn die ze teweegbracht) en nauwelijks enkele seconden later weer mezelf (om de pijn die ik onderging). Een emotioneel oxymoron, waarin ik kopje onderging. Niets hielp…

Zonder ook maar enige routebeschrijving reed ik rond in de stuurloze botsauto van mijn gevoelens. Heen en weer geslingerd tussen haat, liefde, en zelfverachting, die daardoor zowat synoniem werden. Ongedifferentieerde, chaotische, elkaar naar het leven staande hartstochten, waartussen ik volkomen de weg kwijtraakte. Met als middelpuntzoekende kracht, die zich als een krimpsok om mijn hersens legde, was er natuurlijk steeds maar weer die boemerang van een vraag wat er met Calla gebeurd kon zijn. En dat alles onder de monotone begeleiding van begrafenisdeuntjes uit mijn emotionele trekharmonica, die alleen nog maar mineurakkoorden produceerde. Ik ging er helemaal aan onderdoor.

in het hart
De wijn bleef vloeien

Boeddha zegt dat we passies moeten uitschakelen om vrede in het hart te krijgen. En dat is wat ik deed. Het enige dat nog verlichting kon brengen was de fles. Tegen het middaguur wakker worden met een opengespleten hoofd, moeizaam uit bed komend, het trapje af naar Chom in haar winkeltje om daar met door drank uitgeholde ogen de wereld in gaan zitten staren. Om de voort ratelende stemmen in mijn hart zoveel mogelijk te onderdrukken maar meteen weer een fles wijn en daarna nog een, en als het niet te verdragen daglicht eenmaal was opgedroogd aan het bier, tot al het zicht op mezelf opging in een ondoordringbare mist.

Dagenlang ging het door. Van het taleninstituut waar ik Engelse lesjes gaf, kwam een telegram waar ik bleef. Sinds mijn terugkomst in Thailand had ik me er nog niet laten zien, zodat ik nu ook zonder inkomen zat. Buiten een rijstsoepje dat Chom voor me neerzette, at ik nauwelijks. Er lag een knoop in mijn maag, die een acute aanval van anorexia amorae veroorzaakte. Ik kon alleen vloeistoffen verdragen.

Op een daadkrachtig moment even lucide, schreef ik een briefje naar Sam. Met in gedachte een eventuele baan voor hem bij The Nation, hadden ik met hem wél adressen uitgewisseld. Wat mezelf betrof was die ambitie nu verder weg dan ooit, geabscondeerd naar ooit nog wel een keer misschien. Ik ging zelfs nog dezelfde dag naar het postkantoor om het naar Rangoon te sturen, wat een wonder mag heten, want ik kwam praktisch niet onder Chom haar afdak vandaan.

Misschien had Sam iets gehoord over een Amerikaanse, die nog steeds in Birma zat nadat haar visum verstreken was. Veel verwachtte ik er niet van. En zoals het ging, heb ik er inderdaad nooit iets op teruggekregen. Net als Calla verdween ook Sam voorgoed uit mijn leven, opgezogen door het ongewisse, waaruit ik hem nooit heb kunnen terughalen.

Chom liet me begaan in mijn drankzucht. Voor haar was het omzet. En zolang ik bij haar in de buurt bleef, brachten de nachten haar een gemakkelijke erotische bijverdienste, hoewel ze met haar tarieven heel schappelijk was. Ze was blij weer eens een vent te hebben, die weliswaar wat was aangeslagen, maar verder geen stennis maakte. Als ik ’s nachts half ijlend naast haar lag, kwam ze met een bakje water en een spons om mijn hoofd te betten en masseerde mijn nek. En dan begroef ik me weer in haar lichaam, met flitsen van die bloemenmond van Calla voor me.

in het hart
Thais distillaat dat driftig kan maken…

Zo nu en dan zette zich een Thaise man onder haar afdak, die alleen maar lao khao dronk, dat goedkope Thaise distillaat, dat het bloed behoorlijk kan opzwepen. Hij werkte als tuk-tuk chauffeur en woonde een paar huisjes verder langs ons loopbruggetje. Het was een kort kereltje met diep onder zijn voorhoofdsbeen weggezonken ogen, waarin geen vonkje levenslust te ontdekken was en de geplette neus van een orang-oetang. Zo moest de mens er uit gezien hebben voordat duizenden jaren van eugenetische verfraaiing hem wat aantrekkelijker maakten. Een grote rol vet bolde over de broekriem van zijn door het vele wassen flets geworden corduroybroek, waarvan hij de pijpen verschillende keren had moeten omslaan om ze passend te krijgen voor zijn dwergpootjes. Zo te horen kwam ook hij uit de Isarn, want Chom onderhield zich met hem in haar eigen dialect.

Op een middag zette hij zich met een wat gemene grijns aan mijn tafeltje en werkte binnen een klein kwartier zeker drie limonadeglazen lao khao weg. En toen was de boot aan. Plotseling lag er een pistool in zijn hand waar hij wild mee heen en weer zwaaide. Daarna richtte hij het om mij, precies op mijn voorhoofd en keek me doordringend aan. Wat hij er allemaal bij uitkraaide, weet ik niet, maar ik voelde dat het iets van een ultimatum; ophoepelen of…

in het hart
voor de eugenetische verfraaiing…

Onder de tafel klauwden mijn handen zich om de poten  om  die met een  ruk boven op hem te sodemieteren en zelf weg te duiken. Ondertussen, daarbij ongetwijfeld geholpen door de wijn, bleef ik hem kalmpjes aankijken zonder een woord te zeggen. Dat had hij kennelijk niet verwacht en hij leek erdoor wat in verwarring gebracht. In ieder geval richtte hij zijn pistool nu niet langer op mij maar begon er weer mee te zwaaien, steeds maar dezelfde woorden uitkramend. En toen vond Chom het welletjes, sprong boven op hem, greep zijn pols en pakte hem doodgemoedereerd zijn pistool af.

Daarna schroefde ze zijn fles dicht en keerde demonstratief zijn glas ondersteboven. ‘Pai, pai’, wees ze hem met een uitgestoken wijsvinger het afdak uit. Het kereltje liep rood aan, ik zag zijn adamsappel wild op en neer klokken, uit zijn neus kwamen een paar lange snotdraden, er stond water in zijn ogen. Maar na wat aarzelingen bond hij in en koos eieren voor zijn geld. Provocatief langzaam om toch nog iets van zichzelf heel te houden, richtte hij zich op en schuifelde weg. Zoals Thaise straathonden doen als je claxonneert om ze van de rijweg af te krijgen, waar ze bij voorkeur gaan liggen slapen.

maar enkele planken breed…

Ik keek hem na, hoe hij waggelend op zijn korte pootjes over het loopbruggetje van enkele planken breed naar zijn huisje liep. Ineens bleef hij staan en wankelde. Even dacht ik dat hij ging vallen, in het modderige water met daarin jaren huisvuil van de hele sloppenwijk. Maar balancerend op het uiterste randje sloeg hij alleen maar dubbel om in een paar forse stralen zijn gal uit te kotsen.

Met de solidariteit van hen die er uitgeleefde ambities op na houden, had ik eigenlijk best met hem de doen. Bij hem stak er waarschijnlijk ook een doorn in het hart. Chom moest voor hem de droomvrouw zijn, die hij met zijn dwerggestalte nooit voor zich zou kunnen winnen. En buiten dat had hij er de financiële middelen niet voor. En nu was er die farang met vast veel meer poen dan hij, die bij haar was ingetrokken. Maar zekerheidshalve sliep ik vanaf die dag op aanraden van Chom met zijn pistool onder mijn hoofdkussen.

Bangkok, uitgegoten in beton, is geen stad waar je in pastorale vervoering naar de sterren gaat zitten kijken. Tussen alle rook en  gruis besef je nog maar nauwelijks dat er een hemel is boven de aaneengesloten rijen van fantasieloze shop houses bekleed met schreeuwende reclameborden. In de tijd waar ik hier over spreek, stak er nog maar weinig hoogbouw bovenuit.

Buiten enkele gelukkige straten met wat naar adem snakkende bomen, is er hoegenaamd geen groen om de aanblik van al dat op hol geslagen beton te verzachten. In het inktzwarte water van de vele kanalen vol nutteloos plastiek, schuimt het chemisch afval als fluimen van de wraak nemende natuurgoden. Als je ziel aan verkommeren is, is er in Bangkok geen spatje natuur om je aan te laven.

Het moet behoren tot de onverklaarde geheimen van de menselijke psyche. Nadat mijn ziel zeker twee weken lang niets met me te maken had willen hebben, keerde ze bij me terug. En ik omhelsde haar als een verloren dochter. Op een ochtend werd ik tot mijn eigen verbazing vroeg wakker zonder meteen overmand te worden door Calla, maar met Carpe Diem voor ogen. Er stroomde weer een ademtochtje levenskracht in het hart. Hoewel mijn hoofd nog aan voelde als een pluk watten, waar het nog altijd krioelde met beelden van Calla zoals mieren in een slecht afgesloten suikerpot. Maar ze schreeuwden niet meer zo en het zat wat verder op de achtergrond. De vertwijfelde kreten uit mijn binnenste, die me al die tijd horendol hadden gemaakt leken minder scherp en ik voelde me weer enigszins samenvallen met mezelf.

nieuw prana dat binnenstroomde…

Met een vleugje nieuwe energie maakte ik onder het afdak wat ruimte door een paar tafeltjes aan de kant te schuiven en begon aan mijn yogaoefeningen, zoals ik dat onder normale omstandigheden dagelijks gewend ben. Een verfrissend briesje speelde met de windbelletjes, waarmee Chom haar domein in de sloppenwijk had afgebakend zoals vossen dat met hun urine doen. Het moest van zee komen, want er zat wat zilt in de lucht. Van zee, dat eeuwig ijverende schoonmaakapparaat  dat als we het laten, al onze zonden vergeeft.

Gezeten in de kleermakerszit en gadegeslagen door Chom met een bemoedigend lachje op haar lippen, deed ik mijn ademhalingsoefeningen. Met mijn blik gericht op een stralend blauwe hemel, waarvan er vanonder het afdak nog net een strook zichtbaar was. En ik voelde het prana binnenstromen en snoof het wellustig op. Mijn metafysische ster begon weer te schijnen…

(Wordt vervolgd)

Alle Birmese passages vindt u hier!
Over Antonin Cee 200 Artikelen
Antonin Cee woont sinds eind jaren tachtig in Chiangmai en voerde themareizen uit. Hij studeerde filosofie aan de Universiteit van Montpellier in Frankrijk en werkte enige tijd als redacteur bij The Nation in Bangkok. Ook schreef hij artikelen voor verschillende Nederlandse, Belgische en Engelstalige magazines. Met zijn achttienjarige dochter vormt hij een eenoudergezin en brengt elk jaar enige tijd door in Zuid-Frankrijk. Hij publiceerde een verhalenbundel getiteld 'Inheems Kruid'. Onlangs bracht hij zijn tweede boek 'Thailand tegen het Licht' uit. Beide boeken zijn zonder verzendkosten te bestellen bij www.amazon.de.

1 Comment

  1. Weer mooi geschreven Antonin. Als je dit verder uitwerkt heb je een dijk van een roman.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.