Birmese Passages (6). Alles een teken van de geesten


teken
afbeeldingen van nat

In Birma kon alles een teken zijn. Een wegschietende rat, een luid trompetterende olifant, een ooglid dat plotseling gaat trillen of een overvliegende vogel, die zijn kwakje laat vallen. Het konden boodschappen zijn van de nats, de geesten, die al dan niet met kwalijke bedoelingen het menselijk bestaan dirigeren. Zoals zo vaak in dit soort zaken was het uitleggen van al die boodschappen hier en daar in het land behoorlijk verschillend.

Rationeel als wij westerlingen door de eeuwen geworden zijn, halen we er onze schouders over op. We denken beter te weten. Wij zijn kinderen van Galileo en Newton. Toch is ook het wetenschappelijke bedrijf in wezen natuurlijk niets anders dan het interpreteren van een waarneembaar teken. Ik zie ijs op het water, dus moet de temperatuur, een beweging van deeltjes even onzichtbaar als de nats, beneden nul zijn. Of wat technischer, ik zie een interferentiepatroon verschijnen als ik een lichtstraal door twee spleetjes stuur zoals in het experiment van Young, dus moeten er lichtgolven zijn, al heeft geen mens dat ‘golven’ ooit gezien.

We zouden trouwens niet eens kunnen zeggen wat er nou eigenlijk ‘golft’. Maar het aantrekkelijke van wetenschap is dat we niet zijn overgeleverd zijn aan de onvoorspelbare luimen van nats en dat het teken overal ter wereld op dezelfde manier wordt uitgelegd. Er is minder verwarring en het schept een mogelijkheid naar elkaar toe te groeien. In plaats van brandstapels op te richten voor lieden met andere interpretaties. De wereldgemeenschap vormt zich, misschien…

Ik weet niet zeker of wetenschap nog iets meer is dan de dingen om ons heen vol causale verbanden te schoppen, die misschien alleen maar in ons hoofd zitten. Wat ik wel weet is dat het alles is wat we hebben om er op deze aardkloot nog iets van te maken. Maar het blijven interpretaties, die zo universeel geworden zijn, dat een groot deel van de mensheid geen andere meer kan zien. Wat dat aangaat, moeten we al onze hoop vestigen op goedgunstige buitenaardse wezens, die ons op een dag misschien een injectie met nieuwe inzichten te geven…

teken
de inmiddels geruimde, overwoekerde graven…(foto media.com)

Sam had gezegd me mee te nemen naar Thado die leefde met de doden en ‘het teken’ droeg. Hij bleek te wonen op het oude koloniale kerkhof midden in de stad. Dat kerkhof is inmiddels al weer jaren geleden opgeruimd om plaats te maken voor een modern winkelcentrum.

In het nog breekbare licht van de vroege ochtend, liepen we langs de verwaarloosde, overwoekerde graven. Ik keek tersluiks naar de ingebeitelde namen en jaartallen, nu alleen nog maar een teken waar ooit mensen van vlees en bloed achter hadden gezeten. Robert Callaghan 1838-1902, John Sebastian Fink 1861-1917. Dat ze rusten in vrede…Namen en jaartallen was alles wat er nog van ze restte. Op zichzelf teruggeworpen tekens waren het, die eigenlijk niets meer representeerden; hooguit nog een overgeleverde herinnering in de hoofden van de levenden.

Het kerkhof werd allang niet meer onderhouden, maar had een nieuwe bestemming gevonden. Rond sommige graven waren met zeildoek en bamboe staken lage hutjes gebouwd, waarin mensen woonden. De grafzerken konden dienstdoen als tafel en tegelijkertijd als bed om droog te kunnen slapen als de regens het kerkhof onder water zetten.

Bij een van die hutjes bleven we staan. ‘Hier woont Thado’, zei Sam. De man moet zijn naam gehoord hebben, want op handen en voeten kwam hij naar buiten kruipen. In eerste instantie zag ik alleen zijn verwilderde haar, dat in lange pieken afhing van zijn hoofd. Nadat hij zich moeizaam had opgericht zag ik ook de gore lappen om zijn veel te kleine voeten. Ik zag zijn handen, waaraan verschillende vingers ontbraken, zijn gedeeltelijk weggevreten lippen en neus. De man was melaats… Het kerkhof was zijn kampeerplaats, de enige plek waar hij mocht wonen.

Antonin Cee, Birmese passages 6, De geesten, Boeddhisme, Lepra
(foto gezien op healthline)

Hij moest een jaar of 50 zijn, al was dat moeilijk in te schatten. Buiten zijn verminkte neus en mond was de rest van zijn gezicht nagenoeg onaangetast. Er was duidelijk te zien dat hij blank bloed in zich had. Met zijn haast groene ogen nam hij me onderzoekend op.

‘Thado spreekt ook Engels’, zei Sam, ‘maar nadat hij het teken op hem neerdaalde, is hij moeilijk verstaanbaar. Zo meteen gaat hij bedelen aan de rand van het kerkhof. Dat is tot waar deze mensen mogen komen. De lokale bevolking brengt ze wat te eten, geeft ze misschien wat geld. Hij zit er de hele dag’.

Thado moest het verstaan hebben want hij knikte enkele malen met zijn gemutileerde hoofd, haast zoals Japanners hun sociale buigingen maken, waardoor het iets koddigs kreeg. Daarna kroop hij terug in zijn hut en kwam er even later weer uit met een knoestige stok. Hij stootte enkele onverstaanbare klanken uit, waaruit niet eens op te maken was of het Engels was. Maar Sam begreep het kennelijk wel: ‘Hij wenst je een rijk en gelukkig leven’.

Ik begreep de suggestie en tastte in mijn zak, vond een paar tiendollar biljetten dollar en gaf ze aan Thado. Hij maakte iets van een grijns, bracht zijn verminkte handen even bijeen en zwaar leunend op zijn stok schuifelde hij weg naar zijn bedelplek aan de rand van het kerkhof. Ook uit de andere hutten kropen nu mensen tevoorschijn, die dezelfde richting op gingen. Sommigen hadden hun armen om elkaar heen  geslagen tot steun en zwalkten alsof ze aangeschoten waren.

‘Waarom zeg je dat Thado het teken heeft?’, vroeg ik toen we later in een Birmees eethuisje aan gebakken bami en een pot groene thee zaten.
‘Ik wist wel dat je dat zou vragen’ grinnikte Sam. ‘Waarom? Omdat hij het zelf ook zo noemt. Zijn melaatsheid is voor hem een teken dat er een nat in hem gekropen is. Een boosaardige nat. Het is voor hem een manier om zijn ellendige toestand rationeel te verklaren’.

Natuurlijk had ik in Thailand al kennis gemaakt met de animistische gedachtegang, die op het oog eigenlijk niet te rijmen is met het boeddhisme. Ik had het er met Thaise kennissen wel eens over gehad, maar Thais zijn meesters in het geven van vage, nietszeggende antwoorden op vragen die ze moeilijk vinden. Ik was benieuwd wat Sam erover te zeggen had. Sam was een pientere vent, die ik steeds sympathieker was gaan vinden.

Wijzend op een paar monniken die op hun dagelijkse bedelronde juist langs het eethuisje kwamen, vroeg ik hoe dat toch zat. Birma was een Boeddhistisch land. Daarin kon toch eigenlijk geen plaats zijn voor nats? Het ontlokte hem weer die brede glimlach, waarmee hij me steeds weer helemaal wist in te pakken. Ook nu na al die jaren kan ik me die lach zo voor de geest halen en vraag ik me soms af wat er van hem geworden is.

teken
(foto gezien op myanmar time travel)

Zonder een moment van zijn stuk gebracht te zijn had Sam er zijn antwoord op klaar. Dat mocht op het eerste gezicht weliswaar zo lijken, verklaarde hij een tikkeltje belerend, maar in de hoofden van de mensen was er daarvoor genoeg plaats. Het ene sloot het andere niet uit. Het oosten had zich nooit gegeven aan het óf dit, óf dat. ‘Het is niet zoals bij jullie, die logica tot God verklaard hebben. Het principe van het uitgesloten derde, weet je wel?’ voegde hij er fijntjes aan toe.

Hij slurpte even van zijn thee en strengelde zijn vingers ineen ter visuele demonstratie. Het boeddhisme was in Birma, evenals in Thailand trouwens, volkomen vermengd met het animisme van daarvoor. Zag ik die kokosnoot met een lintje erom, daar op dat plankje aan de muur met een glas water ervoor? Daar zat een nat in. Waar je ook ging, je kwam er altijd wel een tegen. Omnipresent waren ze. Eigenlijk kon je niet eens spreken van twee verschillende religies, zozeer waren het boeddhisme en animisme met elkaar verweven. En op de keeper beschouwd het was heel goed mogelijk die twee met elkaar te combineren. Die toestand waarin Thado verkeerde bijvoorbeeld… Puur Boeddhistisch gedacht, zou zijn ellende verklaard kunnen worden uit slecht karma opgelopen in een vorig leven. Vanuit een animisme standpunt was er een nat bij hem binnengeslopen.

Slecht karma of een nat die in hem zit, in wezen was er maar weinig verschil, vervolgde Sam van duim en wijsvinger een ronde nul makend. Een nat was voor te stellen als een slechte of goedaardige geest, karma een onpersoonlijk mechanisme dat eveneens goed of slecht kon uitpakken. Het was alleen wat abstracter. Misschien was de reden dat eenvoudige mensen, die moeite met abstracties hadden, er meer toe neigden het accent op de nats te leggen. Want die waren gemakkelijker voor te stellen. Ze waren als personen uit te beelden.

Maar dat was niet meer dan een detail. ‘Bovendien, onderschat de menselijke fantasie niet’, voegde hij er lachend aan toe. ‘Een iconofiele kunstenaar met voldoende talent, is echt wel in staat om ook karma als een persoon uit te beelden’. Hij kon dat trouwens zo afkijken bij de Hindoes, want die waren met hun enorme pantheon aan goden daarin onbetwiste meesters. In feite waren al die goden per slot van rekening ook niet meer dan verpersoonlijkingen van vaak volkomen abstracte principes. ‘En uiteindelijk zitten die alleen maar in de kokosnoot die wij op onze schouders dragen’, zei hij zijn brede lach weer opzettend en dat werkte aanstekelijk, want ik moest er zelf ook om grinniken.

‘Thado was trouwens een intelligente knaap voordat hij het teken over zich kreeg’, vervolgde Sam terwijl hij onze Chinese theekopjes weer eens bijvulde. Zijn moeder, ook een Mon, was een vriendin geweest van de dochter van Mengre, die hem vanaf zijn geboorte had gekend. Zijn vader was  een Engelse militair omgekomen tijdens de slag om Rangoon met de Japanners. Maar die had hem nooit als zijn zoon erkend en hij groeide op bij zijn moeder. Op school was hij een van de besten geweest en geniaal in wiskunde. Op zijn 12de had hij de integraalrekening al onder de knie gehad. ‘Maar van die begaafdheid is nu niet veel meer over’, zuchtte hij zijn lippen op elkaar knijpend.

Antonin Cee, De geesten, Boeddhisme, Zwarte markt, Birmese passages 6, alles werd verkocht op de zwarte markt…

‘Maar Lepra is toch te behandelen?’, onderbrak ik hem. ‘Worden die leprozen op dat kerkhof gewoon aan hun lot overgelaten?’ Ik voelde de drang opkomen om de sociale werker uit te hangen die zoveel westerlingen bij geboorte hebben meegekregen.

Sam liet zijn hoofd even hangen en plots gleed weer die waas van droefheid over zijn gezicht. ‘Weet je hoe we medicijnen hier in Birma noemen?’ zei hij me vanonder zijn oogleden aankijkend. ‘We noemen het hier verpleegstersgoud en geloof me, het is een heel toepasselijke naam’.

Officieel waren alle medicijnen gratis, moest ik weten. Tenminste, zo werd het uitgekraaid door het socialistische regiem. En het was nog waar ook’, zei hij zijn neus optrekkend. Want inderdaad, je hoefde er niet voor te betalen. Sterker nog, je kón er zelfs niet eens voor betalen. Want de schappen van de apotheken in de hospitalen waren leeg. Het verplegend personeel verkocht alle medicamenten op de zwarte markt. Voor prijzen die alleen de superrijken zich konden veroorloven.

En dat waren natuurlijk de gezworenen van het regiem. Dezelfde mensen aan wie dat medisch personeel over hun verkoop commissies moesten afdragen. Om bij dat medisch clubje te komen moest er ook hier en daar een handpalm met geld gepamperd worden. En dat moest natuurlijk weer worden terugverdiend. ‘Een perfect voorbeeld van een gesloten economisch systeem’, besloot Sam.

Toen we even later terugliepen naar de Donjon, liep ik me af te vragen, hoelang het nog kon duren voordat een algehele volksopstand een einde zou maken aan deze onmogelijke toestand. En hoeveel bloed daarbij weer moest vloeien. Ik keek naar al die mensen in de straten, al die scharrelaars en ritselaars, bezig hun dagelijks kostje bijeen te schrapen en dacht aan de woorden van Calla: de menselijke geschiedenis bestaat alleen maar uit geweld, en ineens voelde ik haar heel dicht bij me, alsof ze met me sprak, alsof ze me een teken gaf.

Ik ben ervan overtuigd, dat we het in ons hebben om telepathisch met elkaar te leren communiceren. In feite doen we dat al. Het gaat  nog wat gebrekkig , want we hebben dat talent nog niet al te ver ontwikkeld en er zitten flinke storingen op de lijn. Maar het begin is er. Wie heeft het niet meegemaakt dat degene met wie je toevallig net bent, precies datgene verwoordt, waaraan jij net zat te denken. Misschien dat we op een dag het spreken verleren, dat onze stembanden ineenschrompelen, net zoals de evolutie ons onze staart heeft afgenomen. Als ik kijk naar al die jonge mensen die elkaar nu sms’jes en tweets toesturen en nog maar weinig praten, ziet het er naar uit dat we al aardig op weg te zijn. Straks gaat het waarschijnlijk rechtstreeks vanuit de geest en hebben we zelfs de smartphone niet meer voor nodig om afstanden te overbruggen.

Vanuit Mandalay sprak Calla me toe, ik voelde het. Wat ze precies zei, was niet goed verstaanbaar, maar ze zocht me…In haar hoofd was het duister, Vietnam sloop weer binnen…ik voelde het. Het duurde maar enkele ogenblikken, maar ik miste haar zo erg dat het bijna fysiek pijn deed. Ik denk dat Sam mijn omgeslagen stemming aanvoelde. Want deze vlotte, sympathieke prater, die ik als een goede vriend was gaan beschouwen, liet me met mijn eigen gedachten en stapte zwijgend naast me voort. Als ik erin zou slagen voor de Nation te gaan werken, moest ik hem daar ook proberen binnen te krijgen, zo had ik me voorgenomen.

Antonin Cee, Birmese passages 6, De geesten, Boeddhisme

Onderweg kwamen we langs een schitterende villa uit de koloniale tijd, waar ik een foto van wilde maken. Misschien was hij bruikbaar voor mijn artikel. Het huis lag op een ongeplaveid plein te pronken in de zon die inmiddels wijdbeens aan de hemel stond. Een icoon uit voorbij tijden. Later zou ik weten dat het de Engelse gentlemen’s club was geweest, waar geen enkele inlander ooit was toegelaten. Mensen zoals Kipling, Orwell en Maugham hadden er ook regelmatig hun gin en tonic gedronken. Net toen ik mijn camera wilde richten, stonden ze eensklaps om ons heen, een groepje van vijf geüniformeerde mannen. Waar ze zo ineens vandaan kwamen weet ik niet. Het kan zijn dat ze ons al enige tijd gevolgd hadden.

‘No photo’, beet een van de hen me toe, die de aanvoerder van het groepje leek te zijn. ‘You go away now’. Hij strekte een arm met uitgestoken wijsvinger zoals je iemand de deur wijst. Twee van de andere mannen, pakten Sam bij zijn nekvel zoals je het met een kwajongen doet en wilden hem al afvoeren. Opnieuw hief ik mijn camera, dit keer om van Sam en de mannen een foto te maken. Maar de aanvoerder sloeg mijn arm neer. ‘Geen foto’s’, snauwde hij opnieuw, ‘you go…now’.

Ik keek naar Sam, zag de treurigheid in zijn ogen, maar geen spoortje paniek. Voordat ze hem meenamen, maakte hij een haast onmerkbare knikje met zijn hoofd, dat niet misverstaan kon worden: je kan beter zo snel mogelijk gaan. En ik heb me omgedraaid en ben weggegaan. (Wordt vervolgd)

Birmese passages, de serie

Antonin Cee
Over Antonin Cee 185 Artikelen
Antonin Cee woont sinds eind jaren tachtig in Chiangmai en voerde themareizen uit. Hij studeerde filosofie aan de Universiteit van Montpellier in Frankrijk en werkte enige tijd als redacteur bij The Nation in Bangkok. Ook schreef hij artikelen voor verschillende Nederlandse, Belgische en Engelstalige magazines. Met zijn achttienjarige dochter vormt hij een eenoudergezin en brengt elk jaar enige tijd door in Zuid-Frankrijk. Hij publiceerde een verhalenbundel getiteld 'Inheems Kruid'. Onlangs bracht hij zijn tweede boek 'Thailand tegen het Licht' uit. Beide boeken zijn zonder verzendkosten te bestellen bij www.amazon.de.

3 Comments

  1. Dit zijn mooie verhalen hoor, Antonin, en ik lees ze graag. Maar even over geesten en zo. Ik vind dat ‘wij’ in het volgende citaat zo grappig:’

    ‘Rationeel als wij westerlingen door de eeuwen geworden zijn, halen we er onze schouders over op. We denken beter te weten. Wij zijn kinderen van Galileo en Newton.’

    Oosterlingen zijn wat openhartiger over het geloof in boven-en buitennatuurlijke krachten. Maar ook daar wordt er regelmatig mee gespot.

    Er heel veel westerlingen die geloven in god, geesten, heksen, wonderen, spoken, duivels, engelen, helderzienden, vibraties in vele soorten en aliens.

    ‘Wij’ westerlingen doen het alleen wat meer privé. We schamen ons er een beetje voor.

    • O ja, die rationele Isaac Newton. Inderdaad waar het ging om zwaartekracht en lichtgolven. Maar hij was ook theoloog, die geschriften kwamen pas na zijn dood uit. Hij geloofde bijvoorbeeld dat de beweging van de aarde om de zon in gang werd gezet door een Goddelijke Hand. Maar ok, we kunnen een rationele god natuurlijk niet vergelijken met irrationale geesten.

  2. Erg goed geschreven Antonin, pure klasse. En ik verzeker je dat het zeer moeilijk is om mij nog te boeien want ik was een boekenwurm die bergen boeken verslond.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*