Een nieuwe grond- en laklaag: de rol van eeuwige vreemdeling

Het is intussen juni in Vlaanderen en de natuur heeft, na enkele warme weken in mei, haar frisgroene onschuld verloren. Haar maagdelijke blos is verdwenen en zomerse tinten maturiteit verschijnen. Siriwan en ik zijn nu pal in de helft van ons halfjaarlijks verblijf alhier. Tijd schept afstand en doet herinneringen vervagen. Chiang Kham in Thailand ligt daadwerkelijk 10 000 kilometer in vogelvlucht ver, dat is heel ver weg.

Ik denk minder vaak aan ginds, want ginds heeft sterk aan dromerige onschuld ingeboet. Mijn zweverig ideaalbeeld van het land heeft klappen gekregen. Het magisch/paradijselijke is in rook opgegaan.
Twee opeenvolgende jaren van lang verblijf hebben onherroepelijk en onuitwisbaar veranderingen in zienswijze en perceptie teweeggebracht. Kleine voorvalletjes hebben me wakker geschud. Ze knepen in mijn wangen en verjoegen kinderlijke naïviteit. Realiteitszin kwam in de plaats, confronterend, hard en ruig. Niemand vindt de rol van eeuwige vreemdeling leuk. Je wil erbij horen maar dat kan nu eenmaal niet. De taalbarrière, de cultuurbarrière, het totaal anders denken, geloof, bijgeloof, opvoeding, onderwijs, algemene kennis, taboes… Er is een tijd geweest dat ik pogingen deed en die lijkt voorgoed voorbij. Integendeel, er groeit afstand en… ik betrap er mezelf op dat ik mijn eigen wortels ben gaan koesteren. Mijn roots, mijn eigen identiteit zijn ineens belangrijk geworden.

Verklaarbare gedragswijziging?

Roger Stassen, Een nieuwe grond- en laklaag, Belgische bieren

Terug naar mijn roots: Belgische bieren

Is dit des mensens denk ik dan? Want dergelijke drastische veranderingen zetten me tot nadenken aan. Is er een (plausibele) verklaring voor mijn gedragswijziging? Waarom ben ik sinds kort een verzameling Belgische bieren aan het aanleggen op Pinterest? Ja natuurlijk, nergens ter wereld is men beter in het brouwen van dit goddelijke vocht, et alors? Waarom interesseer ik me plots voor Vlaamse schilders uit de barokperiode. Rubens, Van Dijck, Jordaens, ik kan er geen genoeg van krijgen. Ik download hun schilderijen in de hoogst mogelijke resoluties en bewonder en geniet van elk detail van hun meesterwerken. Waarom heb ik dit vroeger veronachtzaamd? Idioot die ik ben. Ik wil dringend naar het Rubenshuis in Antwerpen, zo dikwijls ter plaatse geweest en er nooit aan gedacht het te bezoeken.

Roger Stassen, Een nieuwe grond- en laklaag, Rubens

Peter Paul Rubens: De heilige Rochus

Intussen weet u als lezer al lang waar het schoentje bij mij knelt. Dat heeft u goed gedacht! Bank vooruit en een kus van de bevallige lerares! Jazeker elk individu wil tot een groep behoren. De diersoort mens overleefde eeuwenlang door in groepen te jagen, in groepen te wonen, in groepen oorlog te voeren (om vrouwen te kapen van andere stammen omwille van de bloedlijn) en in groepen te feesten… bij een eventuele overwinning natuurlijk.
Zij die denken dat het “stamdenken” typisch is voor Afrikanen of de bewoners van het Amazonegebied in Zuid-Amerika zitten er glad naast. Nee hoor, het zit in onze genen, het maakt deel uit van ons pakketje mensdier. Zich groeperen leidt tot succes en tot een groep behoren werd een voorwaarde tot geluk. Er nergens bij horen, buitengesloten worden, geïsoleerd raken daarentegen…

Roger Stassen, Een niueuw grond- en laklaag, Jordaens

Jakob Jordaens: De koning drinkt.

Een nieuwe laag

Twijfelt u aan mijn zienswijze? Dat kan, dat mag, maar ikzelf -als destijds zelfverklaarde Einzelgänger- ben tot deze inzichten gekomen. Omdat ik ginds nooit echt deel zal uitmaken van de samenleving maar “gedoogd” wordt omwille van mijn huwelijk met één van hen, ben ik hier in de grond aan het woelen op zoek naar mijn eigen wortels. Ik voel daartoe heel sterk de behoefte. Onze eigen muziek, onze eigen literatuur, onze eigen kunst geven me opnieuw een identiteit, iets om trots op te zijn.

Straks, wanneer we opnieuw naar ginds vertrekken neem ik deze verkregen inzichten mee. Het vermolmde hout van mijn persoonlijkheid is nu verzadigd met een nieuwe grond- en laklaag en zal blinken in de Thaise tropenzon, dat zweer ik!

 

 

 

 

Deze pagina delen

  • Delen op Facebook
  • Delen op Twitter
  • Delen op LinkedIn
  • Delen op Google+
 

Lees ookgerelateerde berichten

6 Reacties

  1. Ik denk er ernstig over op zoek te gaan naar onze eigen uit het Midden-Oosten afkomstige Joods-Christelijke wortels.

    Tino Kuis
  2. De rol van eeuwige vreemdeling is nergens benijdenswaardig. Niet in Thailand en niet in de rest van de wereld. Toch krijg je die als “bloody newcomer” (zoals men hen in Australië pleegt te noemen) automatisch toebedeeld. Ik herinner mij in dit verband datgene wat Emiel me destijds vertelde wanneer hij dronken werd. Ik leef hier al 40 jaar in de Oostkantons (Het Duitstalig gebied van België) en wordt nog steeds “der Flame” genoemd. Ik ben nooit echt één van hen geweest en voel dit nog elke dag. Emiel behoorde tot het soort die droevig en sentimenteel wordt na het nuttigen van enkele glazen maar… durfde dan wel de waarheid (zijn waarheid) vertellen.
    Ik begin de migranten hier in België, door mijn eigen ervaringen in Thailand, beter aan te voelen. Ook zij zoeken elkaar op, ook zij worstelen met de status van eeuwige vreemdeling, ook zij worden meer Turk of Italiaan of… dan hun landgenoten die ter plaatse bleven.
    Ik heb dit stuk geschreven omdat ik weet dat ik niet alleen ben. Jazeker, ik heb voldoende “verhalen” gehoord van lotgenoten. Ik wilde mensen wakker schudden, de realiteit onder ogen laten zien. En ja dit is mogelijkerwijs niet datgene wat mensen willen horen. Het thuisfront wil dit eigenaardig genoeg helemaal niet horen. “It never rains in Southern California” gaat het in de songtekst en diegene die vertrekt is gedoemd om succes te hebben en het paradijselijke geluk te vinden. Iets anders staat niet op het programma.
    Wil dit nu zeggen dat ik Thailand ben gaan haten? Helemaal niet! Ik vertrek binnenkort weer opnieuw maar iets bewuster, met een realistischere ingesteldheid… en natuurlijk ga ik er een mooie tijd beleven.

    Roger Stassen
    • Dat veel Thai jou en mij (nooit) niet als Thai zullen zien of ‘iets er tussen in’ maar een vreemdeling, en veel laaglanders de mensen met een kleurtje even zo als échte Nederland / Belg / Vlaming zullen zien, ja dat zal waarschijnlijk wel zo zijn. Al zullen je naaste Thaise vrienden en familie je -mag ik hopen- als Roger zien en mij als Rob. Maar ook al zien anderen jouw als vreemdeling dan hoef je dat etiket niet bij jezelf op te plakken. Ik voel me echt geen vreemdeling in Thailand. Wat ik dan wél ben? Geen idee. Ik weet wel dat ik me verbonden voel met het land. Maar zo ken ik ook Thai die zich niet-Thai noemen. Zijn dat vreemden in eigen land?

      Ben ik overigens wel een Nederlander? Volgens mijn paspoort wel. Maar zou morgen het journaal openen met het bericht ‘heden nacht heeft het Verenigd Koninkrijk / België / Duitsland de staat der Nederlanden geannexeerd’ dan zou ik er niet wakker om liggen. Hoogstens zou ik denken ‘verdomme dat zal een administratieve rompslomp geven’.

      Wie weet ben ik gewoon een rare snuiter.

      • Ik heb ‘daar’ 16 jaar onafgebroken geleefd en daarvoor 10 jaar als vakantieganger, twee keer per jaar. Als toerist voelde ik me toerist en werden er pogingen gedaan van mij te profiteren met te dure hotelkamers, restaurants, aankopen en dat werd pas minder toen ik liet blijken de taal te beheersen.

        Eenmaal permanent daar was dat weg! Ik huurde een groot huis in een dorp van drie keer niks en toonde me in lokale winkels, op de markt, maakte gebruik van de lokale ‘naai chaang’ (de werkmensen) en, heel belangrijk, prikte een lap van 100 als er een geldboom langs kwam.

        Eenmaal samenwonend toonde ik me in de tempel en werd voor mij een stoel aangesleept.
        Goed, ik spreek de taal al vindt men mijn ‘hoog Thais’ maar verdacht want de mensen daar spreken Isaan en Lao.

        Ik was ineens ‘farang’ af en Khun Erik. Dat werd er alleen maar beter op toen ik, de laatste 8 jaar, samenwoonde met een vrouw die actief meedoet aan het dorpsleven en met haar kleinzoon van nu 15 die vrienden mee naar huis nam.

        Ben ik mijn roots vergeten? Nee, dat hoeft niet. Ik heb ze gekoesterd in mijn geheugen en in mijn dagelijks leesvoer en de TV uit ons taalgebied. Ik werd nimmer Thai maar moet dat? Ik kan zowel met Roger en met Rob meevoelen en bedenk dan dat gevoelens persoonlijk zijn.

        Ik woon nu in Friesland en iemand fluisterde me in Thailand toe dat je daar als ‘hollander’ en ook nog ‘limburger’ nimmer zult wennen. Wel, ik merk daar al zes weken niks van……

        erik kuijpers
  3. Roger Stassen en Tino Kuis,

    hetgeen Roger in zijn artikel verwoordt, is een ervaring zoals die – zoals mij in de loop der jaren is gebleken – door meerdere ‘farang’ werd en wordt beleefd.
    Een vooral persoonlijke ervaring dus.
    Ik ben het eens met de strekking van de goed onderbouwde en beargumenteerde reactie van Tino, uitgezonderd misschien daar waar hij verwijst naar het door Prayut misbruikte ‘Thainess’.

  4. Beste Roger,
    Je hebt een mooi verhaal geschreven over een belangrijk onderwerp. Ik kan me goed inleven in jouw gevoelens en gedachten. Ik denk dat we daar allemaal in meer of mindere mate mee te maken hebben.
    Er is één klein maar wel belangrijk puntje waar ik met je van mening verschil. Die genen.
    Ik ben het met je eens dat die genen ons vertellen dat het gevoel te behoren tot een groep erg belangrijk, misschien wel noodzakelijk, is voor ons geluk en plezier in het leven. Net zoals de genen hetzelfde zeggen over eten en seks. Maar die genen zeggen niets over wélk soort eten, wélke vrouw of man, of wélke groep. Dat is mijns inziens sociaal bepaald, afhankelijk van je persoonlijkheid, je ervaringen in je leven en met een grote mate van toevalligheid. Soms een bewuste keuze.
    Het is niet vanzelfsprekend dat een Nederlander boerenkool met worst lekkerder vindt dan een pittige Thaise garnalensoep, een Nederlandse vrouw als aantrekkelijker beoordeelt dan een Thaise vrouw of liever naar Bach luistert dan naar een Thais luk thung liedje.
    Ik geniet evenzeer van veel Hollandse cultuur als van Thaise culturele zaken. Ik heb me in Thailand nooit een vreemdeling gevoelt behalve op die dag dat ik bij de immigratie mijn visum moest gaan verlengen. Dat Thais in mij vaak een vreemdeling zagen, soms met een wat vijandige inslag, deed me weinig. Dat er veel Thaise gewoonten en gedachten zijn waar ik een afkeer van heb blijkt wel uit mijn schrijfsels. Veel maatschappelijke verschijnselen in Thailand stuiten me tegen de borst maar dat is voor mij niet de reden dieper te gaan graven in mijn eigen achtergrond. Dat doe ik omdat ik er plezier in heb, niet omdat ik me verzet tegen de ‘ander’. Maar ik blijf zoeken naar een gemeenschappelijke menselijkheid, en vind die ook. Dit schrijf ik over mijn gedachten en vat het niet op als kritiek.
    Prima dat je je wortels (Westers? Belgisch? Vlaams?) gaat opzoeken en fijn dat je daar veel plezier aan beleeft. Maar doe het niet voorkomen alsof het een soort biologische noodzaak is. Misschien is ontworteling en zoeken naar nieuwe wortels, hoewel moeilijk en zeldzamer, veel interessanter en even belangrijk. Anders zouden nieuwe inzichten en nieuwe culturele uitingen onmogelijk en ongewenst zijn.
    Overigens wordt in Thailand het zoeken naar en het hechten aan het culturele erfgoed, ‘Thainess’ genaamd, sterk aanbevolen. Prayut promoot het dragen van kledij uit het Ayutthaya tijdperk. Dat heb je dan wel weer gemeen met dat land.

    Tino Kuis

Reageer

E-mail (wordt niet gepubliceerd)