Begoochelingen (5, slot). Woede

Antonin Cee, Begoochelingen, Woede
Twitterfoto

De man deed alsof hij de lange niet gehoord had. ‘In zwart Afrika, daar heb ik indertijd ook wat rondgekeken’, vervolgde hij op zijn zangerige toontje. ‘Daar had je ook van die lui…, van die progressieven…, wat anders… Het is een continent zonder verleden…, geen bladzij geschiedenis hebben ze…; behalve dan wat wij westerlingen  gemeld hebben toen we er eenmaal waren. Verklaarbaar wel natuurlijk…, toen ze als een stelletje stammen rondzwierven hadden ze geen enkel middel iets op te tekenen…van schrift nooit gehoord… Het geschreven woord, dat is ook een stukje export van ons.

Hij keek de jongens triomfantelijk aan, een mager glimlachje op zijn lippen. De lange zat hem met donkere ogen op te nemen. Op zijn opeengeperste lippen was te zien dat hij kwaad aan het worden was.

‘En kijk nu toch eens,’ draafde de man met de paardenstaart al weer verder, zonder ook maar een moment acht te slaan op de furieuze blikken die de lange hem toewierp. ‘Ze zijn dat daar nu aan het inhalen…, bezig hun eigen geschiedenis in elkaar te zetten…, aan het uitvinden dus.., zo moet je het toch noemen… Met terugwerkende kracht zogezegd…, en je moet ze het nageven, ze hebben er de verbeeldingskracht voor…, hè, hè, eindelijk ook eens eigen stukje historie in de coulissen van het wereldtoneel…Dat hadden ze nooit eerder gehad… Natuurlijk zijn de lui die dat aan elkaar assembleren in het Westen gevormd.’

Antonin Cee, Begoochelingen, Woede
van haaretz.com

‘Dat is de ironie van het hele geval. Zij zijn bezig zichzelf een prachtige historische idylle aan te praten…, een fabeltje, dat vertelt hoe mooi het allemaal eens was…, natuurlijk zetten zichzelf in de hoofdrol…, goede, rondborstige, eerlijke nomadenvolkjes waren ze…; dat ze elkaar de hersens insloegen en zelf de slaven kwamen afleveren bij de westerse schepen doet er niet toe…, maar immer trouw aan hun gegeven woord…’ Hij hield plotseling op en zette een vinger tegen zijn voorhoofd.

‘Nu ik er aan denk,’ zei hij meer tegen zichzelf dan tegen de anderen, ‘nu ik er aan denk…, dat stond ook in onze schoolboekjes…, een karaktertrek van de Batavieren, zo leerden we…’. Hij nam een bedachtzame slok en grijnsde naar de lange. ‘Hoewel dat natuurlijk ook niet zo goed meer na te gaan is…’

De lange perste zijn lippen nog dichter opeen en kneep zijn ogen tot spleetjes, maar de man met de paardenstaart scheen het niet te zien.

‘Dat waren ook obscure tijden’, ratelde hij weer verder. ‘Ook wij liepen in die dagen nog in berenvellen’, zei hij zichzelf met een vuist op de borst kloppend’, ‘en we gingen op konijnenjacht’. ‘Er was toen ook niemand om de kronieken bij te houden…’ Hij pauzeerde even net lang genoeg om weer een slok te nemen. ‘Maar misschien wordt dat nog steeds zo geleerd…; dat weet ik niet zo precies’. Hij grijnsde en richtte zijn ogen op het plafond alsof het daar te lezen was. ‘Blij dat jij eindelijk ook eens iets niet weet’, krijste de lange. Op de toog balde zijn hand zich tot een vuist.

‘Maar je vraagt je toch af’, ging de man met de paardenstaart onaangedaan verder, ‘geloven ze dat nou zelf?’ ‘Al die prachtige historische vertelsels over hun bloedeigen Afrika, die nergens op gebaseerd zijn?’ Hij nam opnieuw een slok en zoog aan zijn sigaret. De lange trok zijn neus op en zat met zijn vingers op de bar te trommelen.
‘Nou, eerlijk gezegd, ik zou het niet weten’, ging de man onverstoorbaar verder. ‘Maar wel het is moeilijk voor te stellen, dat ze aan hun eigen verhaaltjes veel geloof hechten. Ze doen waarschijnlijk een oog toe om het allemaal niet al te scherp te zien. Beter een historisch verzinsel dan helemaal niets. Om ook eens te kunnen dromen, wat anders…. De Thais hebben daar ook een handje van. Ze hebben ook een geschiedenis in elkaar geknutseld, die ze tot het uitverkoren volk maakt…, in feite niet zo heel anders…’

Antonin Cee, Begoochelingen. Woede
Woede
Foto Breda en Omgeving

‘Houd toch op met dat gelul’, kreet de lange ineens. ‘Ik zei al, blij dat jij ook eindelijk eens iets niet weet. Laat mij mijn eigen dromen maar. Ik hoef niet van jou te horen hoe de vork hier precies in de steel zit. Je begrijpt er geen snars van…, het gaat om het effect…, als je er maar goed bij voelt, wat bij jou duidelijk niet het geval is… Wat kan mij het verder schelen of het allemaal een illusie is?’
En zich kerend naar de oranjeman, die al die tijd geen woord gezegd had en verveeld op de bar had zitten trommelen, vroeg hij: ‘Wat jij?’ Hij leek goed ontzettend de smoor in te hebben.
‘Wis en waarachtig…’, viel deze onmiddellijk bij, ‘ik voel me hier lekker, uitstekend, kiplekker, en daar gaat het per slot van rekening om’.

Hij maaide weer eens met zijn armen in het rond. ‘Je moet je eigen gevoelens toch weten te respecteren, anders ben je nergens. Edelmoedig naar jezelf toe…, dat was het toch? Wat maakt het uit of je het allemaal bij het juiste eind hebt… Dat is misschien iets voor de schoolbanken en daar heb ik nooit veel van moeten hebben… Het gaat er om wat het in je teweeg brengt…, dat is het enige echte…, wis en waarachtig…’.
‘Zo mag ik het horen’, teuterde de lange met een stem waarin de dronkenschap zich aan het ophopen was en klopte hem op de schouder. ‘Een waarachtige zielsgenoot, die er wat van snapt’.

Hij draaide zich naar Tiet en trok vol minachting zijn lippen op. ‘De professor noem je hem?’ Hij priemde met een wijsvinger naar de man. ‘Een ontzettend ouwehoer, dat is wat hij is.’
‘Maar laten we de tijd dat we hier zijn daar niet door laten vergallen. Met beide handen hief hij zijn lege glas naar haar op.
‘Schenk nog maar eens bij liefje Het lijkt inderdaad alsof we hier nog in de schoolbanken zitten en daar krijg je dorst van. Zullen we maar eens een biertje nemen?’ vroeg hij zich weer naar de oranjeman wendend.
‘Goed idee, heeft mijn zegen…’, antwoordde deze haastig, blij met deze hernieuwde aandacht. ‘De tijd voor de middagaperitiefjes lijkt me nu voorbij, het happy hour breekt aan’.

Antonin Cee, Begoochelingen, Woede
tipwanfood.com

‘Nou, dat hoop ik maar, zodat we dat gelul niet meer moeten aanhoren’. De lange was blijkbaar pisnijdig.
Met vlakke hand sloeg hij op de bar en zette grote ogen naar Tiet: ‘Vooruit, twee biertjes wordt het schone, en bedenk jezelf ook met een versnapering…, maar laat die lulprofessor maar in zijn eigen vet gaar smoren’.
‘Bedankt voor je rondje maat, maar als je het niet erg vind, ik blijf liever bij mijn lokale mix’, antwoordde deze en begon zich weer bij te schenken. ‘Maar niettemin, bedankt’. Hij zat weer met zijn vinger in zijn glas te roeren.

De lange snoof verachtelijk en draaide zijn rug naar hem toe. Tiet kwam met twee flessen Singha bier en schonk ze voor hen uit. Zelf nam ze een bodempje cola. ‘Nou op Thailand dan’, zei de lange. ‘En op Tiet dat prachtstuk. En op al onze dromen’. Ze hieven hun glazen en dronken.

‘Neem gerust van me aan jongens’, viel de man met de paardenstaart weer in, ‘de Thais zouden zich dolgraag ook wel eens willen roeren in de wereld’. ‘Ze zullen het niet zo gemakkelijk toegeven…, maar, geloof me…, ze zijn al die farang, die de Thaise ziel zo nodig uit elkaar moeten halen, eigenlijk spuugzat. Ze zouden zelf ook wel eens iets te berde willen brengen. Iets origineels, wat anders. Maar waar moeten ze het vandaan halen?’

‘Voorlopig zijn ze alleen nog aan het kopiëren. En zelfs daar hebben ze de grootste moeite mee. Maar diep in hun hart hebben ze er schoon genoeg van. Ze willen die opgedrongen mythen, zoals Tiet dat noemt, helemaal niet na spelen. Een ludiek, opgeruimd volkje, lief en beschaafd? Hou toch op mensen, ze zouden niets liever willen dan de rollen voor de verandering eens omkeren. Eens ophouden met al die kruiperige dienstverlening. Ons tot hun slaafjes maken. Daar dromen ze van, neem dat maar van mij aan. Ze zouden de arrogantie, die ze ons toeschrijven, en die we denkelijk ook wel hebben, dolgraag van onze smoelen willen rukken.’ Hij liet een kort hikkerig lachje horen en nam en nam zijn glas weer op.

‘Jij bent geen erg positief ventje’, beet de lange hem en gluurde weer naar Tiet, die al die tijd geen woord gezegd had. De woede stond op gezicht gegrift. Hij had totaal geen zin het gebazel van deze vent nog langer aan te horen. Hij kreeg zin hem in elkaar te rammen.

‘Maar hoe dan ook…, voordat daar aan te denken valt,’ oreerde de man met de paardenstaart onaangedaan verder, ‘moeten ze eerst onze poen aftroggelen’. ‘En dat lukt ze vrij aardig. Begrijpen doen ze er niet veel van. Maar ze hebben een goede neus voor onze gevoeligheden. Zelfs de gehandicapte bedelaars op de markt beginnen plotseling amechtig te hijgen en demonstratief met hun stompjes te zwaaien als ze een witneus in het vizier krijgen. Dus voorzichtigheid geblazen, kalmpjes aan, hou vooral die mythe van het verrukkelijke Thailand in stand, want dat brengt geld in het laatje, wat anders…’

‘Waarom woon jij dan eigenlijk hier?’ schreeuwde de lange en maakte een paar een paar heftige gebaren alsof hij een borstcrawl deed. ‘Waarom donder je niet op. Jij vindt ons waarschijnlijk een stelletje grote lullen, niet?’

De man met de paardenstaart hief zijn glas en er kroop een brede glimlach op zijn gezicht, die hem ineens heel innemend maakte. De lange lette er niet op.

‘Jij denkt dat we een stelletje klootzakken zijn, niet? Mijnheer de klootprofessor, je kunt me wat…, jij ben een verwaande praatjesmaker, een pretentieus ventje, en daar moet ik niks van hebben’.

Met een voor zijn beschonken toestand onverwachte snelheid, sprong hij van zijn kruk af en beende op de man af. Zijn vuist balde zich en haalde uit, maar de man met de paardenstaart ontweek en maakte een vliegensvlug gebaar. Net beneden de tattoo van het vredesteken klemde hij een arm om de nek van de lange. Met zijn andere hand vond hij de neus van de lange, die hij in een houdgreep tussen zijn gekromde wijs- en middelvinger nam en begon te draaien. De lange schreeuwde het uit van pijn.

‘Je houd je gemak, toch wel,’ zei de man en gaf weer een draai aan de neus, waardoor de lange weer begon te kreunen. ‘Een warm land, weet je nog, geen land om je druk te maken’. Hij gaf weer een ruk aan de neus en de lange schreeuwde het uit. ‘Je houd verder je gemak, niet?’

‘Okay, Okay’, kermde de lange bij wie de tranen in de ogen sprongen. ‘Zo meteen breek je mijn neus nog’.

Ineens liet de man hem los en duwde hem van zich af. De lange wankelde terug naar zijn kruk onderwijl voorzichtig zijn neus betastend.

Antonin Cee, Begoochelingen, Woede
Reisjunk.nl

‘Waarom ik hier woon’, hervatte de man alsof er niets gebeurd was, ‘ja waarom, een goede vraag…’ ‘Laten we zeggen dat ik ook een hang had naar het onbestaanbare. Maar die is gebroken op deze…, op dit…’. Met het glas in zijn hand geklemd maakte hij een cirkeltje boven de bar alsof hij een rondje bestelde. ‘Nou, zeg maar gerust op een teveel aan bewustzijn’.

Hij keek peinzend voor zich uit, terwijl de lange de lange zijn pijnlijke neus zat te wrijven, die al begon op te zwellen. Zo te zien was hij volkomen bezopen.

‘En toch, wat anders’, ging de man verder, ‘je komt er nooit echt van af…, dromen zijn hardnekkig…’. ‘Er zijn van die momenten, dat ik er opnieuw in verval. Het is net als bij junks, je wordt nooit meer helemaal clean. Geloof me, elke expat kent het…, de liefde-haat verhouding met dit land…. Er zijn momenten waarop je meent dat het even beantwoordt aan onze zelf gesponnen mythe. En even later is dat gevoel weer verdwenen en zie je het weer, die stereotype burgerlijkheid hier…, op het robotachtige af…, zo van vrijdag visdag.., wat anders, de geldzucht…, de hypocrisie…, het is overal om je heen. Maar het kan wisselen met het uur…’

‘Ik heb er geen last van’, bralde de lange in een poging zijn ingedeukte ego weer wat op te kloppen. De oranjeman zat verveeld voor zich uit te staren. Tiet stond nog altijd roerloos als een wassen beeld met haar armen voor haar borst.

‘Maar blijf je dan toch hier?’ vroeg de oranjeman zich ineens omdraaiend en maakte weer een van zijn wijdse gebaren. ‘Je zou toch zeggen dat jij het in dit land wel gehad hebt.’ ‘Dat lijkt mij ook’, viel de lange hem bij.

‘Zou kunnen,’ zei de man met de paardenstaart. ‘Dat zou heel goed kunnen. Maar waar zou ik heen moeten… Ooit heb ik er allemaal in geloofd… Ik kom op een leeftijd dat ik geen nieuwe dromen meer kan aanmaken… Ik moet het hier maar mee doen. Zelfs tegen beter weten in, wat anders, wat anders…’

Tiet, die al die tijd geen woord gezegd had, stond nog altijd met haar armen voor haar borst gevouwen naar hen te kijken. Een tijdlang zweeg iedereen.

‘Ik vind je nog steeds een moordwijf,’ zei de lange ineens plompverloren in de stilte, ‘wat hij daar, die professor zoals jij hem noemt, ook van jullie mag zeggen’. Hij snoof en wreef weer aan zijn neus.

Antonin Cee, Begoochelingen, Woede
Pinterest

‘Zullen we er dan nog maar eentje nemen?’ vroeg Tiet aan niemand in het bijzonder en wierp met een ruk van haar hoofd haar haren terug die als een golf op haar rug landden. De lange keek haar verlekkerd aan. Op haar mond lag weer die prachtige glimlach, maar het kwam de lange voor dat er iets meewarigs in lag.

‘Zet nog maar eens neer’, neuzelde hij. Hij wuifde een hand rond de bar. ‘Zet alles maar op maar mijn rekening, ook dat van hem’.

De man met de met de paardenstaart hief zijn glas in appreciatie en gaf hem een van zijn dunne glimlachjes. En terwijl vanuit de hof de bel weer opklonk en de zon met zijn laatste stralen aan het kleurige mozaïek van het tempeldak likte, zat de lange zich in zijn beschonken hoofd af te vragen, hoe lang zijn dromen de knagende tandjes van groeiende bewustwording zouden weerstaan.

 

Het korte verhaal ‘Begoochelingen’ komt uit de bundel ‘Inheems Kruid’, een door auteur Antonin Cee omgewerkte versie van zijn boek Tussen Eigen en Ander. ‘Woede’ is het vijfde en laatste deel.

Gerelateerde berichten

Antonin Cee
Over Antonin Cee 118 Artikelen
Antonin Cee woont sinds eind jaren tachtig in Chiangmai en voert themareizen uit. Hij studeerde filosofie aan de Universiteit van Montpellier in Frankrijk en werkte enige tijd als redacteur bij The Nation in Bangkok. Ook schreef hij artikelen voor verschillende Nederlandse, Belgische en Engelstalige magazines. Met zijn dertienjarige dochter vormt hij een eenoudergezin en brengt elk jaar enige tijd door in Zuid-Frankrijk. Hij publiceerde een bundel met verhalen uit Thailand getiteld ‘Tussen Eigen en Ander’, dat per internet te bestellen is bij www.freemusketeers.nl en in Thailand via tusseneigenenander@hotmail.com. Eveneens verkrijgbaar in de Nederlandse en Belgische boekhandel (ter besparing van verzendkosten).

1 Comment

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*