Beeldenstorm: niet de redelijkheid van de sokkel trekken


Peter van Nuijsenburg, Beeldenstorm

Vroeger had je in de geschiedenis de theorie van de grote man. De grote man, hoogst zelden een vrouw, drukte een onuitwisbaar stempel op zijn tijd. Hij was de leider in revoluties, opstanden, oorlogen en soms ook in vredestijd.

Er werd vaak gestecheld over wie wel, wie niet en hoe grootiemand was. Was Napoleon groot? Willem van Oranje? Churchill? Bismarck? Het antwoord was vrijwel altijd een kwestie van nationale smaak. Dus Napoleon was en is voor de Fransen een held. Willem van Oranje bij ons de vader des vaderlands. Bismarck de architect van de eerste Duitse eenheid (van 1871 tot 1945). Churchill de inspirerende leider in de Tweede Wereldoorlog. Zonder hen was degeschiedenis anders verlopen.

Dat laatste valt natuurlijk onmogelijk vast te stellen. De geschiedenis is geen laboratorium waar experimenten kunnen worden herhaald. Later is de klad gekomen in de theorie van de grote man. Langdurige, verborgen trends en sociaal-economische ontwikkelingen bleken veel belangrijker.

Dat betekende niet dat de grote man of soms vrouw helemaal uit beeld verdween. Die grootheid werd meestal genuanceerd tot uitzonderlijke persoonlijkheid. Ze waren niet meer van bovenmenselijk formaat maar wel van duidelijk groter kaliber dan hun tijdgenoten. Niet langer de schrijvers van het drama maar wel de regisseurs en het applaus was niet altijd verzekerd.

Napoleon werd een groot veldheer en staatsman maar met fatale zwakheden. Churchill gold als een mislukking tot Hitler hem de kans bood tot grote hoogte te stijgen. Bismarck zag zijn kans en greep hem met beide handen. Willem van Oranje faalde in zijn pogingen om de noordelijke en zuidelijke Nederlanden bij elkaar te houden en eindigde als de leider van de noordelijke opstand.

(Op sommige deelgebieden gaat de theorie van de grote man nog wel op. Niemand twijfelt er aan dat Johan Cruijff voor de ontwikkeling van het moderne voetbal belangrijker is geweest dan pakweg Leo Beenhakker of Dick Advocaat. – Behalve Louis van Gaal, natuurlijk. Er is maar één groot voetbaldenker en dat is L. v. G. zelf- . Maar dat blijft een bijveld van de geschiedenis.)

Met het verbleken van de theorie van de grote man, werden ook de grote mannen zelf aan een nader onderzoek onderworpen. Betekende historische grootheid ook morele grootheid? En wat betekent dit als de morele tekortkomingen de historische prestaties overschaduwen? En vooral, wie bepaalt dat? Wie kan of mag zich de rol van scherprechter aanmeten?

Dit is een politiek-cultureel vraagstuk waar je niet altijd makkelijk uitkomt. Soms is het helder. Hitler, Stalin, Mao en Pol Pot drukten ontegenzeggelijk dat onuitwisbare stempel op hun tijd en hun land. Maar niemand die enigszins bij zijn verstand is zal het in zijn hoofd halen hen grote mannente noemen. Ze waren monsters, zij het van onbetwistbaar historische betekenis.

Moeilijker ligt het bijvoorbeeld al bij de leiders van de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog. Een aantal van die Founding Fatherswaren slavenhouders. Ze schreven hooggestemde teksten over de waardigheid van de mens, maar op hun plantages zwoegden slaven. Een van de opstellers van de onafhankelijkheidsverklaring, Thomas Jefferson, had er meer dan 600 en verwekte bij zijn favoriete slavin zeven kinderen.

Toch zullen er weinig Amerikanen zijn, blank én zwart, die hun historische grootheid willen ontkennen. Maar dat hun bladzijden in de nationale annalen niet alleen in schoonschrift zijn geschreven, wordt nu wel algemeen erkend. Als je zegt dat The Founding Fathers in moreel opzicht niet altijd lichtende voorbeelden waren, word je niet meer onder de pek en veren het dorp uit gejaagd.

Tot hun erfenis behoort de eeuwige schandvlek, het racisme, waar de VS zoals we de afgelopen weken hebben gezien, nog steeds mee worstelt. Maar hun verdiensten als stichters van de eerste echte democratie, – behalve voor de zwarten en die andere vertrapte minderheid, de Indianen, natuurlijk -, wegen kennelijk zwaarder.

Peter van Nuijsenburg, Beeldenstorm
Founding Fathers ondanks prachtige woorden  in ‘grijze zone’
Foto Wikipedia

The Founding Fathers bevinden zich in het voorportaal van de grijze zone. Ze krijgen, – verdienen? – nog het ruime voordeel van de twijfel. Hun standbeelden mogen blijven staan, al is het wel aan te bevelen er een verklarende tekst bij te leveren.

Nog lastiger wordt bij figuren die lang in de zon hebben gestaan maar in deze tijd steeds donkerder schaduwen werpen. Bij ons in de polder komen we dan gauw terecht bij de Helden van de Gouden Eeuw, de grote admiraals en vooral Jan Pieterszoon Coen.

De discussie spitst zich toe op de vraag hoe we die figuren moeten beoordelen. Waar leggen we het zwaartepunt? Zien we ze in de eerste plaats als kinderen van hun tijdmet de bijpassende noties van goed en kwaad? Of leggen we de morele maatstaven van deze tijd aan? En niet alleen de morele maatstaven maar ook de eigen politieke voorkeuren? Zien we Coen als een 17de eeuwer of als een hedendaags monster?

Een neutrale, onafhankelijke blik blijkt vrijwel ondoenlijk omdat op een figuur als Coen idealen, denkbeelden en oordelen uit andere tijden dan de zijne worden geprojecteerd. In de 19de eeuw, toen de Gouden Eeuw werd uitgevonden en het nationalisme helden nodig had, was hij een held. Dat bleef hij misschien niet helemaal onomstreden tot redelijk ver in de vorige eeuw. Nu is hij ook en, afhankelijk van de kringen waarin je verkeert, misschien vooral de slachter van Banda.

Ook geweldloze Gandhi ter discussie
Foto beklad monumet Amsterdam bij Opindia.com

De verwerping door de anti-racisten lokte, daar kon je donder op zeggen, de tegenreactie uit van de blanke identiteitsbewakers voor wie Coen een held blijft. Coen is de historische evenknie van Zwarte Piet geworden, om wie net als om het fictieve hulpje van Sinterklaas een heftige cultuurstrijd dreigt op te laaien.

Coens historische betekenis, positief en negatief, is daaraan ondergeschikt geraakt. Of meer en betere kennis van de geschiedenis daaraan veel zal veranderen, waag ik te betwijfelen. Natuurlijk is het goed de feiten over de slavenhandel te weten; kunnen we alleen maar toejuichen. Zoals het ook toe te juichen valt om ideeën over historische grootheid steeds weer op de proef te stellen. Geschiedenis geldt niet voor niets als een voortdurende dialoog met het verleden.

Alleen, of een beeldenstormdaarbij helpt, is zeer de vraag. Niet alleen het beeld maar bij alle emoties wordt ook de redelijkheid van haar sokkel getrokken. Daar is nog nooit iemand iets mee opgeschoten.

Zie ook: Anti-racisme groepen in Engeland verklaren zestig standbeelden beelden besmet, waaronder die van Columbus en Ghandi

In Indiase media trekken de aanvallen op ‘racist Mahatma Gandhi’ veel aandacht. De Indiase ambassadeur in Nederland tekent protest aan na de bekladding van Gandhi-beeld in Amsterdam

Foto homepage: schermafbeelding van petities.nl: ja voor Hoorn, nee tegen Coen


Peter van Nuijsenburg
Over Peter van Nuijsenburg 233 Artikelen
Journalist en publicist Peter van Nuijsenburg (1951) werkte in het verleden bij De Telegraaf, Elsevier en persbureau GPD, het Financieele Dagblad en diverse omroepen. Hij was correspondent in Johannesburg, Berlijn, Tokio en Rome. Peter was voorheen ook parlementair en economisch redacteur. Hij is liefhebber en kenner van kunst en cultuur. Bij dagblad Trouw publiceerde hij boekbesprekingen. Beroepsmatig en (meer recentelijk) als toerist was hij in Thailand en andere Asean–landen.

7 Comments

  1. Coen was ook voor zijn tijd wreed en is door diverse tijdgenoten veroordeeld. Later had men blijkbaar een held nodig en is de persoon letterlijk en figuurlijk op een voetstuk geplaatst en rept men geen woord over de minder fraaie kant. Niks ongewoons, zien we in alle landen (in Thailand plaats men diverse vorsten hoog). Lijkt me prima om zo’n kritiekloze heldenstatus te laten varen. Vermeld waar men iemand voor prees, wat men toen afwees en hoe dat vandaag de dag zit. Daar is vooral goed plek voor in een museum met mooi stuk informatie paneel bij. Her en der in het openbaar kan natuurlijk ook als iemand niet teveel bloed aan handen heeft, zet er lokaal maar een commissie op die afweegt hoe gevoelig een standbeeld is.

    • Een commissie er bij die moet vaststellen hoeveel bloed historische helden aan hun handen hebben? Dat gaat vast weer de nodige discussie opleveren om de ‘objectiviteit’van de gebruikte meetmethoden te bepalen. Het zou alleen maar een verlegging van de discussie zijn. Er waren en zijn rechtvaardige oorlogen. Afhankelijk natuurlijk van het kamp waarin je zit. Ik zie de huidige discussies over deze materie als een voortzetting van het calvinistische schuldgevoel dat nu het zich niet meer religieus weet te uiten, in een andere vermomming gestoken wordt. Voor wat de witte voorstanders van het afbreken betreft. De zwarte mensen zitten in een ander kamp wat historisch natuurlijk begrijpelijk is. Zij zien zich liever niet als de schuldigen maar de slachtoffers. Wit en zwart zijn een gelegenheidsverbond aangegaan als hebben ze niet dezelfde motivaties. Maar als je wat hoop wil houden kan het niettemin een begin zijn van meer begrip voor elkaar. En natuurlijk zijn er ook de relschoppers, die zo onbehaaglijk in het leven staan, dat ze alles willen afbreken.

  2. Ach je bent in dit goede stuk duidelijk over Hitler, Stalin, Mao en Pol Pot. Maar standbeelden omver trekken van helden uit hun tijd is een vorm van onze geschiedenis wissen. Bizar. En zwarte Piet? Ik zie geen racisme, maar als donkere kindertjes er last van hebben dan mag wat mij betreft Piet voortaan paars, blauw or oranje zijn, dat vinden kinderen vast ook leuk, maar laat al die gillende protester aub hun mond houden, de meesten van hen waren ook blij met Sinterklaas kadootjes.

    Berthy, Chiang Mai.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*