In Bangkok tafelt heer met drie dames en pittig gekruide lobster

Bert van Balen, Lobster, Verpleegsters

 

Lobster. Jawel, Lobster zwemmend in olijfolie gemend met vooral knoflook en andere kruiden waarbij ik geen idee heb welke, een onbekende smaak hebben maar tongstrelend werken. Het is vooral pittig.

Mijn tafelgenoten smullen mee. Wij hebben alle vier hetzelfde. Zittend aan een lange houten tafel op een verhoogd terras aan de Sukhumvit 55 in Bangkok. Het verkeer raast langs. De knallende uitlaatpijpen van de tuk tuk, het snerpende geluid van de brommertaxi’s, de roet uitbrakende bussen afgestamd vol met mensen aan de lussen hangend boven hen om zich staande te houden. De welhaast eeuwige file opzoekend naar de Sukhumvit die als een volgepropte darm de stad doorklieft.

Het restaurant is niet ver lopen vanaf het Samitivej. Tien minuten, hooguit. Zij pakte mijn hand. Zomaar en wandelde met de twee andere verpleegsters naast ons in een traag tempo over het ongelijke trottoir waaruit tegels ontbraken en grote gaten waren ontstaan als gevolg van de hoosbuien die regelmatig om deze tijd van het jaar de stad teisteren.

Regenseizoen. Een klamme hitte aan het begin van de avond met lucht die je de adem afsnijdt omdat deze gemengd wordt met de uitlaatgassen van het verkeer. Ik schrik een beetje van haar hand die de mijne pakt. Heb ik vaderlijke gevoelens want het kind is minstens 30 jaar jonger dan ik en kan mij niet voorstellen dat in het willen vasthouden van mijn hand een andere bedoeling schuil gaat dan mij te begeleiden over het gevaarlijke trottoir waarbij valpartijen geen uitzondering zijn. Mij als patiënt verwelkomen in het hospitaal waar zij werkt is waarschijnlijk iets wat zij wil voorkomen.

Zij lachen veel, de dames van de intensive care met wie ik uit eten ga nadat ik hen hiervoor had uitgenodigd. Zij lachen om elkaars gespreksonderwerpen waar ik niets van versta, maar aanneem dat het gevoel voor humor het hoofdbestanddeel vormt in een bepaald onderdeel. Wat zou het zijn. Over een bepaalde patiënt? Net die dag binnengebracht met een hersenbloeding en zo raar reageert. Wartaal spreekt. Ik kan mij voorstellen dat je hard wordt op de afdeling ICU. Je het alleen maar aankunt als je jezelf te weer stelt met humor.

Maar op de afdeling zelf waar ik weken doorbracht heb ik alleen maar liefdevolle aandacht gezien. Indrukwekkend. Zelfs zo dat ik ook voor hen ben teruggekomen naar Bangkok waar ik voor een paar weken mijn intrek had genomen in het Rex Hotel aan de Sukhumvit. Van hieruit had ik ook dit restaurant ontdekt waar ik hun mee naar toegenomen heb om mijn dankbaarheid voor alle goede zorgen nog eens te uitten. Een klein feestje aan een lange houten tafel met lobster, bijgerechten, limonade- en water voor hen en bier voor mij.

Nukan zit naast mij. Een fragiel lijfje wat zich zo nu en dan tegen mij aandrukt als zij weer in lachen uitbarst door een opmerking van een van de andere wat oudere collega’s. Kai en Waraluk. Schitterende ogen die schitteren van plezier. Volwassen in leeftijd, maar met een kinderlijk plezier peuzelen zij in buitengewoon laag tempo van hun maaltijd. Mijn lobster heb ik al nagenoeg weggewerkt als zij nog moeten beginnen.

Bert van Balen, Lobster, Verpleegsters

Er valt veel te leren in deze totaal andere cultuur. O.a. dat het genieten van je eten best uren mag duren en je niet per se je bord leeg moet hebben voor het avondnieuws. Eten is het belangrijkste onderdeel van de dag. Het andere onderdeel is de aanraking. Het vasthouden van je hand. Tegen je aanleunen. Zij wil meer. Ik voel het. Dit gaat veel verder dan haar ingebakken zorgplicht. Dit gaat om de uitnodiging mijn hotelkamer te bezoeken. Zou daar dat gegiechel over gaan. Dat zij kunnen zien hoe een Europeaan het aanlegt. Welke trucs hij gebruikt, welke verleidelijk woordjes hij hanteert. Het is een kind, hou ik mijzelf voor.

Maar het kind is volwassen genoeg om allang geen kind meer te zijn. Haar hand ligt nu op mijn dijbeen onder tafel. Niemand die het kan zien en zij en ik kunnen het slechts voelen. Wij hebben al iets exclusiefs. Met hierin de verwachting dat dit nog veel exclusiever kan worden als ik het zou willen. Ik denk aan mijn vrouw die ik achtergelaten heb in een verpleeghuis zonder nog goed functionerende hersens. Zij heeft geen weet. Niet dat ik terug ben in Bangkok, niet dat een verpleegster die haar maanden heeft verzorgd nu haar pijlen op mij gericht heeft.

Om nu voor mij te zorgen? Ik kan het mij niet voortellen. Ben ik zielig. een wrak? Aangeschoten wild, dan ben ik. Ontvankelijk voor elke vorm van troost. Toen ik met mijn vrouw gerepatrieerd werd uit het Samitivej negen maanden hiervoor, kreeg ik een tekening van Nukan. Zij heeft talent. Ik zag het meteen. De tekening troost mij. Ingelijst aan de muur in de woonkamer. “For Peter”, staat onder de tekening. Bert was te moeilijk uit te spreken denk ik. Peter vond zij beter klinken.

Haar vingers beginnen op mijn dijbeen te trommelen op de maat van de muziek die uit de luidsprekers komt. Mijn verwarring neemt toe. Ik hoef mijn verdere leven hoop ik toch niet celibatair door te brengen. Of is het nog te vroeg om een ander, hoe kortstondig misschien ook voor een wijle lief te hebben. Calvinisme en natuur strijden om de overwinning.

Ik hoef niet lang met deze strijd bezig te zijn. Zij beslist. Zegt dat zij nog een afspraak heeft, staat op, maakt een wai en loopt het terras af en roept een taxi aan. Kai en Waraluk kijken mij glimlachend aan. ‘Thank you for the wonderfull evening,’ zeggen zij.

Over Bert van Balen 453 Artikelen
†Bert van Balen (20 juni 1945 - 26 oktober 2018) verbleef een decennium lang regelmatig in Thailand, vooral in Chiang Mai. Bert leerde als autodidact van zijn hobby fotografie zijn beroep te maken. HIj was ook chauffeur, magazijnbediende, semi beroepszeiler, redacteur en journalist voor Kidsweek en flierefluiter. De reden tot zijn regelmatig langdurig verblijf in Thailand is terug te vinden in zijn boek: Hoera, ik heb kanker. Te bestellen via Bol.com

1 Comment

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.