Backbencher. Stoomcursus politiek leiderschap

Hoe onderscheid je een goede politicus van een goedwillende krabbelaar? Wat heb je nodig om politiek leider, minister-president en vooruit, staatsman te worden? Net als in elk ander beroep waarin creativiteit hoe je het ook definieert belangrijker is dan de alledaagse routine, wordt het niks zonder talent, doorzettingsvermogen en de bereidheid 80 uur per week te werken. Maar voor de sprong naar de top komt meer kijken.

Hoe word je kanjer in politiek

Peter van Nuijsenburg, Stoomcursus politiek, Backbencher
Vergeet de woordenbrij, volg de stoomcusus 
Afb. op Digitale Hofstad

Als je de uitrusting van een toppoliticus ontleedt, blijken twee componenten van vitaal belang te zijn: eigenschappen en vaardigheden.

De eigenschappen zitten voornamelijk in het dna. Je kunt ze ontwikkelen en trainen, maar als je ze niet hebt, zul je ze nooit krijgen. Het is een inzicht dat al die vaders en moeders die langs de lijn hun kelen schor schreeuwen, wel zullen kennen. Yari en Emma doen hun best, alleen, ze hebben ‘het’ niet. Niks aan te doen.

Vaardigheden kunnen worden aangeleerd. Een bal hoog houden kun je leren als je er maar hard genoeg op traint. Het is niet voldoende maar je kunt er een redelijk eind meekomen. Zolang je maar beseft dat de eigenschappen de grenzen van de vaardigheden bepalen.

En de top bereik je alleen, u raadt het al, met de juiste combinatie van eigenschappen en vaardigheden.

A: De eigenschappen.

1: Geloofwaardigheid.

Dat is het basiskapitaal van elke politicus. Je woord is je leven. Als je je geloofwaardigheid verspeelt, verlies je het vertrouwen. Niet alleen van de kiezers maar ook van de collega’s. Wie water predikt en wijn drinkt, heeft een probleem. Idem met dingen beloven die je niet waarkan maken. Vraag maar aan Mark Rutte, met zijn 1000 euro voor iedereen en geen cent meer voor de Grieken.

2: Machtsbewustzijn.

Soms denigrerend ook machtsgeilheid genoemd. Wordt in dit moralistische land nog wel eens de neus voor opgetrokken. Maar in de politiek kun je problemen alleen oplossen of idealen verwezenlijken als je invloed en uiteraard nog beter, macht hebt. Appeltje, eitje, zou je zeggen. Gezien het aantal getuigenispartijen in de polder, voor wie het eigen gelijk het allerhoogste goed is, toch geen uitgemaakte zaak.

3. Flexibiliteit.

Een goede politicus is flexibel. Hij begrijpt dat consitentie belangrijk is en nooit in starheid moet ontaarden. Hij is een harde onderhandelaar, vecht voor zijn ondergrens en weet dat compromissen uiteindelijk onvermijdelijk zijn. Hij ruikt wanneer hij moet toegeven en wat hij daarvoor tzt voor terug kan eisen. Als hij te flexibel is, is hij al gauw een opportunist. Maar als de feiten veranderen, past hij zijn standpunten aan. Dat is dan weer pragmatisch. De ondergrens is daarbij wel zijn leidraad.

4. Hardheid.

Peter van Nuijsenburg, Backbencher, Campagne, Asscher
Hard als een spijker?

Elke toppoliticus is hard als een spijker. Niet zo zeer tegen politieke tegenstanders als wel tegen rivalen uit de eigen partij. Je moet bereid zijn (potentiële) concurrenten meedogenloos uit te schakelen. Je moet wel weten wanneer je het mes trekt, dwz wanneer de rivaal zwak staat. En het mag nooit op een broedermoord lijken. Lodewijk Asscher wilde lijsttrekker van de PvdA worden en moest zich ontdoen van Diederik Samsom. Het werd gezien als een laffe aanval in de rug. Het was niet de oorzaak van de afstraffing bij de verkiezingen van vorig jaar maar het droeg er wel toe bij. En het is de vraag of Asscher zich ooit herstelt van de reputatieschade.

5. Visie.

Je kunt erover twisten of een visie tot de eigenschappen behoort. Er zijn sociaal-psychologen die denken van wel al kennen ze opvoeding en cultuur bij het ontwikkelen er van een belangrijke rol toe. Hoe dan ook, idereen heeft een visie en wie links is zal niet gauw VVD stemmen en vise versa. Belangrijker: visie wordt vaak overschat. Soms zit het gewoon in de weg. Wanneer visie dogma wordt en de politicus het zicht op een oplossing beneemt. Partijen met een overdosis visie hebben vaak sectarische trekjes. Zie Partij van de Dieren en de PVV.  En soms is het zelfs levensgevaarlijk, wanneer het een totalitaire ideologie wordt.

B. Vaardigheden.

1. Dossierkennis.
Je moet je zaakjes kennen. Niets is zo pijnlijk als een politicus die in een debat met zijn mond vol tanden staat. Emile Roemer die bij de algemene beschouwingen zijn feiten en cijfers niet paraat had en daarop aangevallen, maar wat stamelde over ‘ditjes en datjes’. Een dossiertijger als Peter Ontzigt (CDA) mist de eigenschappen om een toppoliticus te worden, maar een ding is altijd in orde. Ontzigt weet waar hij het over heeft.

2. Presentatie.

Elke partij leert aankomende politici hoe ze zich moeten presenteren. Of dat een verrijking van de Binnenhofse cultuur is kun je je afvragen. Het is in elk geval een stuk minder amateuristisch dan vroeger. Alleen, de prijs is hoog. De grijze partijmuis is ongeacht politieke kleur in opmars. Afwijkende geluiden worden zelden getolereerd en de meer uitgesproken persoonlijkheden gaan naar de afschietlijst. De laatste was waarschijnlijk Arend Jan Boekestijn (VVD). Partijdiscipline staat voorop. Met als absolute koploper de SP. Niettemin, als je je niet kan presenteren, haal je nooit de kandidatenlijst.

3.Debatteren.

Peter van Nuijsenburg, Stoomcursus politiek, Backbencher
Afb. Goal Trainingen

Wie niet kan debatteren, zal het nooit ver schoppen. Image is alles en de gave van het woord is daarbij onmisbaar. Thierry Baudet koketteert graag met zijn culturele bagage maar aan zijn debatteerkunst moet nog stevig geschaafd worden. Hij is nog lang geen Demosthenes. Retorisch talent is niet iedereen gegeven maar debattechniek kan aangeleerd worden. Daarmee ben je aan de interruptiemicrofoon nog geen Mark Rutte, Jesse Klaver, Geert Wilders of Alexander Pechtold maar het voorkomt het ergste gehaspel en gestuntel.

4. Netwerken.

Zonder netwerk kun je het vergeten. Je moet de juiste vrienden op de juiste plaats hebben die voor jou op het juiste moment aan de juiste touwtjes willen trekken. Dat is je machtsbasis. Daar gaat veel tijd inzitten maar als er een investering is die loont is het deze. Voor netwerken heb je flair nodig maar er zijn altijd adviseurs en consultants die je tegen de juiste vergoeding de juiste trucs willen bijbrengen.

Met deze eigenschappen en vaardigheden ligt de weg naar de top open. Niettemin is een waarschuwend woord hier zijn plaats. Je hebt er helemaal niks aan als je komt te staan tegenover iemand die meestal liegt (jij liegt alleen maar soms), nooit zijn zaken kent, niet kan debatteren, optreedt als een hork, zijn netwerk schoffeert en van consistentie nooit gehoord heeft. Inderdaad, tegen een Trump ben je kansloos.

 

Illustratie op homepage: Wiki How

Peter van Nuijsenburg
Over Peter van Nuijsenburg 179 Artikelen
Journalist en publicist Peter van Nuijsenburg (64) werkte in het verleden bij De Telegraaf, Elsevier en persbureau GPD. Voor deze laatste organisatie was hij correspondent in Johannesburg, Berlijn en Tokio. Peter was voorheen ook parlementair en economisch redacteur. Hij is liefhebber en kenner van kunst en cultuur. Bij dagblad Trouw publiceerde hij boekbesprekingen. Beroepsmatig en (meer recentelijk) als toerist was hij in Thailand en andere Asean–landen.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*