Back in the USA (4)

26 september 2015

George

In het Visitor Center van Salt Lake City worden we door George wegwijs gemaakt. George, vijftiger, aimabel, deskundig, goed verteller, zwaar onderbetaald, zoals zoveel werknemers hier in Amerika, te zien aan zijn sjofele kleding, broek met rafelranden, vlekken op zijn overhemd, slecht gebit, want de tandarts is niet te betalen, ook niet met Obama-care.

Op een kaart van Utah markeert hij in het oranje de mooiste routes en nationale parken. Met vooruitziende blik heeft de overheid al voor WOII naast kleinere sites grote gebieden met ongerepte natuur beschermd tegen ongecontroleerde kap van bomen, winnen van gesteentes en mineralen, jacht op wilde dieren, vernielen van tere ecosystemen. Negenvijftig nationale parken zijn er nu waarvan vijf in Utah en er komen er steeds meer bij.

‘…en als jullie genoeg natuur hebben gezien, is een ommetje vanuit Bryce Canyon naar Las Vegas de moeite waard,’ zegt George.
‘Hoe ver om?’ vragen wij.
‘Vier à vijf uur rijden.’
George realiseert zich niet dat wij Nederlanders zo’n “ommetje” een reis noemen, wij zitten dan in Frankfort of Parijs.
‘Too far away,’ zeggen wij, ‘besides we’ve been to Las Vegas.’
In gedachten gaan we terug naar die wonderbaarlijke stad midden in de woestijn waar we logeerden in Hotel Tropicana.Tropicana

Voor een paar dollar brengt de Valet Parking Service onze auto weg en zal ervoor zorgen dat onze bagage bij de balie staat. We lopen het hotel binnen en belanden in een gekkenhuis van speeltafels en gokmachines, croupiers en spelers, geratel en getinkel, flonkerend licht en luide stemmen. De ruimte lijkt onbegrensd, de balie is nergens te bekennen. Om verder te gaan, moeten we om een speeltafel heen die strategisch vlak voor de ingang is geplaatst, de koortsige gokker hoeft niet verder te lopen dan tien meter om aan zijn behoefte te voldoen.

We vinden de balie, checken in.
Of we willen upgraden.
‘No thanks.’
Met de kamersleutel in de hand vragen we waar we moeten zijn. De baliemedewerkster wijst nonchalant achter ons. We zoeken een weg tussen de gokkers, sommigen met hun bagage aan hun voeten, anderen met een emmertje munten in hun hand, een bruidegom en zijn bruid in het wit consumeren hun huwelijk gezeten achter een one armed bandit. Helemaal achterin vinden we de trap naar de kamers.

We lopen langs de Strip. In de drukte ben ik even mijn vrouw uit het oog verloren, een jongeman duwt een kaartje in mijn hand, daarna krijg ik er ook een van een ander, en nog een. Van onder dik gedrukte telefoonnummers kijken drie prachtig mooie meiden me verleidelijk aan, uitnodigend voor betaalde seks. Achter de verleiding vermoed ik beschilderd behang en uitgewoonde onderkomens.

Crap tableIn het casino staan we bij de crap table, een gokspel met dobbelstenen en een tafel met hokjes en getallen. De deelnemers zijn opgewonden, klemmen de stenen vast, blazen bezwerend in hun hand, gooien met weidse gebaren, gejuich, gevloek.

Op de hoek van de tafel staat een sjofel geklede man in trance voor zich uit te staren. Hij betaalt met zijn creditcard, zijn vrouw trekt aan zijn mouw, smeekt hem om mee te gaan, hij duwt haar ruw van zich af.

Bij de informatietafel vragen we naar de spelregels. De medewerker geeft ons een boekje en zegt: ‘It’s very easy sir, you put your money in and we take it.’

De volgende dag gaan we op bezoek bij Granma Lala, de oma van onze schoonzus. Haar man was voor de oorlog de bedrijfsleider van ons hotel, de Tropicana. Omdat wij de film Bugsie van Barry Levinson hebben gezien, vragen wij of zij Bugsie heeft gekend.
‘Bugsie?’ zegt zij met alle dedain, die zij in haar stem kan leggen, ‘he was a big nobody.’
Uit haar antwoord blijkt de tragiek van Bugsie Siegel, de stichter van Las Vegas, nergens in de stad is er een herinnering aan hem te vinden.

George overhandigt ons een stapeltje folders en vraagt met een knipoog of we een fles Hollandse jenever bij ons hebben. Niet dus, maar van onze kant is dit aanleiding om hem lekker te maken met een uiteenzetting van jonge klare, oude Bokma en gerijpte Rutte.
‘Have one back home and drink it to my health,’ zegt George lachend.
‘We sure will, more than one,’ antwoorden wij waarna hij ons joviaal uitzwaait.

Chris Ebbe
Over Chris Ebbe 202 Artikelen
Chris Ebbe, vader van twee dochters, grootvader van drie kleinkinderen. Chris is begonnen als onderwijzer, werd daarna leraar biologie en decaan aan een middelbare school in Spijkenisse. Heeft evenals zijn vrouw, kunsthistorica, een brede belangstelling voor alles wat te maken heeft met stad en platteland, mens en natuur, kunst en architectuur. Werkt, gewapend met familieverhalen en na genealogisch onderzoek, aan een roman.