Baby, you’re a Rich Man

De huwelijksplechtigheid vond plaats in de tuin van het “Rati Lanna hotel” en was door een fantasierijke architect onderhanden genomen zodat het Eftelinggehalte naar een nog hoger plan werd getild. En dit was terecht want een huwelijk is niet zomaar iets, maar een verbintenis die buiten de zakelijke aspecten om iets weg heeft van een sprookje.

“Twee mensen die zich voor altijd aan elkaar verbinden tot de dood hen scheidt”.

Hoe romantisch. En wat het nog romantischer maakte, in dit geval dan, dat het scheiden door de dood niet eens zo gek lang hoefde te duren want de bruidegom was zevenentachtig en zijn bruid zevenendertig jaar jonger zodat de eerste huwelijksnacht al gezien moest worden als een buitengewoon riskante onderneming.

De bruidegom had natuurlijk makkelijk een nog veel jongere vrouw tot zijn echtgenote kunnen nemen, wat viel af te lezen op de gezichten van het aantal jonge Thaise vrouwelijke gasten die met ietwat jaloerse blikken de bruid bekeken met de onderliggende gedachte dat zij wel de buit binnen had terwijl zij nu slechts gasten waren. Maar hij had op zijn leeftijd al genoeg gezien en meegemaakt om te weten dat het huwelijksgeluk met een nog veel jongere vrouw misschien wel al te duidelijk op zijn vermogen was gebaseerd.

Strak in het vel zittende schoonheidskoninginnetjes

Er waren naast alle Thaise vrienden en familieleden ook Farangs uitgenodigd die bijna allemaal de Duitse nationaliteit hadden en net als de bruidegom nu, getrouwd waren met een Thaise vrouw. Strak in het vel zittende schoonheidskoninginnetjes en minimaal dertig jaar jonger dan hun echtgenoten, die overigens zelf nog zo’n twintig jaar onderdeden tot het feestvarken.

De kersverse bruid en de al jaren met Farangs getrouwde vrouwen stralen van geluk nu zij het leven hebben gekregen dat zij zich wensten, gebaseerd op de verzekering dat hun in de toekomst financieel gezien niets meer kan gebeuren. En hiermee zijn zij het voorbeeld voor velen die de Farang zien als het redmiddel uit hun vaak miserabele bestaan met een weinig florissante toekomst. Hoe Thaise vrouwen ooit zover gekomen zijn om zielsverwantschap te zoeken met een man uit een totaal andere cultuur en die in jaren best hun vader of zelfs opa had kunnen zijn, ligt waarschijnlijk in het feit dat de Farang-man in vergelijking met een Thaise man een totaal andere morele eigenschap bezit welke gebaseerd is op het Calvinisme. Huwelijkse trouw staat voorop, zorgzaamheid als het gaat om financiële zaken is een bijna net zo’n belangrijk gegeven en . . . hij blijkt een romanticus.

‘Farangs zijn zo romantisch’, zegt Kai enkele dagen na het huwelijksfeest van haar vriendin. Zij schenkt zichzelf nog een glas rode wijn in wat haar lippen losmaakt en zij prettig vindt want dan heeft zij eindelijk geen gêne meer om het Engels te hanteren. Ik zit bij haar op het terras van haar huis wat duidelijk is ontworpen en gebouwd door een westerling gezien de grootte van de woonkamer en de indeling. Haar huis is smaakvol ingericht. Een antieke kast, marmeren vloer met hier en daar een tapijt, een echt bankstel, een boekenkast, salontafeltje . . . ongewoon voor een Thais interieur waarvan het huis zich bevindt tussen de boerengemeenschap even buiten Meo Jo.

Ik heb spaghetti bij haar gegeten die niet onderdeed voor wat je in een Italiaans restaurant voorgeschoteld krijgt en er wijn bij gedronken uit een kartonnen doos waarvan de inhoud absoluut leeg moet wat wij zittend op het terras aan het proberen zijn.

‘En wat maakt Farangs zo romantisch’, is mijn vraag want in mijn opinie kunnen dat misschien onze Zuid-Europese medebroeders zijn, maar in een Hollander of Duitser zie ik niet zo snel een romanticus.

‘Farangs zijn lief’, antwoord zij eenvoudig. ‘Zij draaien zich niet onverschillig om als je gevreeën hebt, maar hebben dan nog steeds aandacht voor je. Dat is bij een Thaise man anders. Zij hebben alleen maar aandacht als zij iets van je willen, daarna is het afgelopen. Voel je je een wegwerpmiddel.’

Een rookgordijn om de zielsverwantschap niet te verstoren

Ik kan mij er nauwelijks iets bij voorstellen dat zij ooit behandeld is als een wegwerpmiddel. Zij is ronduit knap. Een schoonheid zo te zeggen. Ik kan mij voorstellen dat haar vijfendertig jaar oudere man haar niet als een wegwerpmiddel beschouwt, alhoewel er toch iets niet in orde is. Wat zij haar man noemt is een met een andere Thaise vrouw getrouwde Europeaan. Zij is niets meer dan zijn Mia Noi, zijn bijvrouw. Misschien dat hij daarom zoveel aandacht voor haar op kan brengen als hij bij haar is. Hij woont niet samen met haar, heeft slechts een huis voor haar laten bouwen waar zij naar Thaise maatstaven luxueus kan wonen. Hij komt langs wanneer hij zin heeft. En wanneer hij zin heeft is hij de romanticus. Zij hoeft zich ook geen zorgen te maken over geld. Hij regelt het.

Tja, romantisch. Ik vraag mij af of zij meerdere ervaringen heeft met Farangs en hun romantiek. Ik durf het niet aan haarzelf te vragen want ik weet hoe pijnlijk het soms kan zijn voor een jonge Thaise vrouw om over haar verleden te praten. Thaise vrouwen delen niet graag hun verleden zoals zij dit gehad hebben. En al helemaal niet als zij net als die duizenden anderen ook in massagesalons hebben gewerkt, hotelkamers hebben bezocht of gewoon als bargirl in Pattaya of noem nog eens zo’n stad waar het leven zich op de rand van het suïcidale afspeelt. Zou de blanke echtgenoot het verleden van zijn soulmate kennen? Zou zij het hem ooit verteld hebben? Of hangt dat rookgordijn er nog steeds om de zielsverwantschap niet te verstoren. Zou hij zijn mond er over houden en nooit vragen stellen omdat het hoe dan ook te pijnlijk is om er over te praten? Te pijnlijk om te vertellen dat je als wegwerpmiddel bent behandelt door je Thaise man die het na een paar jaar wel gezien had en je achter liet met een paar kinderen zonder zelf nog enige verantwoordelijkheid te dragen. Te pijnlijk om te vertellen dat je volkomen tegen je eigen cultuur in jezelf verkocht hebt voor de broodnodige Baht’s om een hele familie te laten overleven.

‘Weet zijn vrouw van je bestaan?’, vraag ik.

‘Ja hoor’, antwoordt zij. ‘Maar zij wil niet van hem scheiden. Zij is al oud. Zevenenveertig. Zij maak geen enkele kans meer als zij gescheiden zouden zijn’.

‘Zou jij het willen, dat hij ging scheiden en voor altijd bij jou kwam wonen’, vraag ik door.

Zij moet er erg over nadenken alsof zij voor zichzelf voor het eerst die vraag stelt.

‘Nee’, zegt zij uiteindelijk, ‘het is goed zo. Ik ben er al aan gewend een Mia Noi te zijn. En dat heeft veel voordelen. Veel vrijheid. En hij zorgt goed voor mij. En als hij hier is, dan is het romantisch, vol van liefde. Ik weet niet of dat zo zou blijven als hij altijd hier zou wonen.’

Maar wat zij zegt komt niet overtuigend over. Lichaamstaal zegt veel. Zou haar ideaal niet daar liggen waar elke Thaise vrouw, of misschien wel elke vrouw haar ideaalbeeld heeft? Huisje, boompje, beestje, een man die voor je zorgt, zijn hart en ziel daarin legt zodat je hem uiteindelijk kunt castreren en opeten. De natuur is nou eenmaal een merkwaardig iets. En er is veel natuur, hier in Thailand.

 

Bert van Balen
Over Bert van Balen 453 Artikelen
†Bert van Balen (20 juni 1945 - 26 oktober 2018) verbleef een decennium lang regelmatig in Thailand, vooral in Chiang Mai. Bert leerde als autodidact van zijn hobby fotografie zijn beroep te maken. HIj was ook chauffeur, magazijnbediende, semi beroepszeiler, redacteur en journalist voor Kidsweek en flierefluiter. De reden tot zijn regelmatig langdurig verblijf in Thailand is terug te vinden in zijn boek: Hoera, ik heb kanker. Te bestellen via Bol.com

1 Comment

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.