Maak het beeld van JP Coen compleet

Peter van Nuijsenburg, J.P. Coen en de nieuwe beeldenstorm
Omstreden standbeeld JP Coen in Hoorn
Bron: Hart van Nederland

Hij is bijna 400 jaar dood en omstreden als nooit tevoren. Jan Pieterszoon Coen (1587-1629) is nog niet letterlijk van zijn voetstuk getrokken maar als het aan de anti-racistische actievoerders had gelegen was zijn standbeeld net als dat van die Britse slavenhandelaar in de haven gedumpt.

De storm om JP Coen is inmiddels geluwd maar je kunt erop wachten tot er een aanleiding wordt gevonden om de windmachine weer op volle toeren te laten te draaien. In Hoorn wil de gemeente met de inwoners in een ‘breed stadsgesprek’ polderen over hun ooit grote zoon en dat standbeeld. Dat zou de start van nieuwe opwinding kunnen worden.

Wat me bij alle commotie van de afgelopen maanden heeft verbaasd, is dat er, voor zover mij bekend, nauwelijks is verwezen naar de biografie van de man. Je zou zeggen, van iemand die is afgeschilderd als de grootste boef uit de vaderlandse geschiedenis, wil je toch het fijne weten. Wat was dat voor een man? Wat waren zijn beweegredenen? Was hij echt alleen maar bloeddorstig of handelde hij misschien ook uit (ijskoude) berekening? En mag je hem beoordelen naar de maatstaven van onze tijd?

Dat was natuurlijk erg naïef van mij. Het ging in al die opwinding helemaal niet om Coen maar om waar hij volgens de Akwasi’s van deze wereld voor staat. De typische vertegenwoordiger van het racisme en kolonialisme die geen standbeeld maar de schandpaal verdient.

Biografie JP Coen

Toch is het jammer dat, weer zover mij bekend, niemand, ook niet in de ‘mainstream media’, de moeite heeft genomen om aan de 5 jaar geleden verschenen biografie van Jur van Goor, te refereren. Van Goor, voormalig hoofddocent van de ‘geschiedenis van de Nederlandse expansie en kolonialisme’ aan de universiteit van Utrecht, is een erkend specialist in dit nu gevoelige onderwerp. Voor ‘Jan Pieterszoon Coen, Koopman-koning in Azië’ schreef hij er een standaardwerk over, met de, toegegeven, weinig pakkende titel ‘De Nederlandse Koloniën’.

Coen is bij Van Goor de koopman-koning die de VOC heeft grootgemaakt. Het is een levensbeschrijving oude stijl, de man en zijn tijd, van de wieg naar het graf. Over het privé-leven komen we niet veel te weten. De bronnen zijn schaars en Van Goor werkt vooral vanuit de bronnen. Wat er bekend, en relevant is, wordt gebruikt ter verklaring van een op zijn minst opmerkelijke carrière.

Peter van Nuijsenburg, JP Coen, VOC-vlag
De VOC-vlag
Gezien op Wikimedia en WillemWever/KroNcrv

Coen was de telg uit een koopmansfamilie uit Hoorn. Hij ging zoals in die tijd gebruikelijk in de leer bij andere kooplui en ging in dat kader als 13-jarige naar Rome. Daar verbleef hij 6 of 7 jaar en die Italiaanse jaren moeten een onuitwisbaar stempel hebben gedrukt op zijn ontwikkeling. Hij heeft daar vrijwel zeker kennis gemaakt met het werk van Niccolo Machiavelli (1469 – 1527).
Machiavelli beschrijft in zijn hoofdwerk ‘De prins’, hoe een vorst, een bestuurder dient handelen. Het belang van de staat moet hij te allen tijde voorop stellen. Bij voorkeur goedschiks maar als het niet anders kan kwaadschiks. De moraal is uiteindelijk ondergeschikt aan de macht.

Die inzichten van Machiavelli vind je volgens Van Goor terug in Coens opvattingen over het bestuur van de door de VOC beheerste gebieden in Indië. Zijn voor de Heeren XVII, de ‘raad van bestuur’, geschreven ‘discoers’ is wat we nu een handleiding voor efficiënt management zouden noemen. Hoe word en blijf je de concurrentie, de Spanjaarden, de Portugezen, de Engelsen en de inlandse vorsten, de baas? Door hard en soms meedogenloos optreden. De vrij vertaalde kernzin uit het betoog: zonder de bereidheid oorlog te voeren is het drijven van handel niet mogelijk.

Verantwoordelijk voor slachting

Daar deinsde hij zoals we weten niet voor terug, In Banda, in de Molukken, richtte hij het bloedbad aan dat zijn reputatie voor altijd heeft besmeurd. Het was de knalharde botsing van belangen: Coen wilde het monopolie op de nootmuskaat, het belangrijkste product van het eiland; de Bandanezen wilden het verkopen aan de meest biedende. Er waren contracten maar daar wilden de Bandanezen onderuit. Coen heeft ze daar te vuur en te zwaard aan gehouden. De nootmuskaat werd duur betaald.

Peter van Nuijsenburg, JP Coen, VOC, kolonialisme,
JP Coen en slachting op de Banda-eilandeilanden in 1621.
Afb. op Historiek.net, bron: Moluks Historisch Museum

Van Goor beschrijft en analyseert uitvoerig de achtergronden, beweegredenen van alle partijen en stelt Coen zonder omwegen verantwoordelijk voor de slachting. Hij onthoudt zich wel van een expliciet moreel oordeel. Coen paste met ijzeren consequentie zijn eigen, Machiavellistische bedrijfsstrategie toe. Het belang van de compagnie ging boven alles. Als dat onschuldige slachtoffer kostte, jammer maar helaas. Waar gehakt wordt, vliegen de spaanders in het rond. Het zij zo. De concurrenten werden evenmin gedreven door nobele sentimenten.

Door ‘Banda’ zijn Coens onmiskenbare grote kwaliteiten in de beeldvorming van nu als het ware weggeretoucheerd. Hij was een fenomenaal organisator die zijn tijd ver vooruit was. Dankzij hem werd de VOC de succesvolle onderneming die ze meer dan 150 jaar zou blijven. Als hij nu geleefd had, zou hij waarschijnlijk de ceo van een multinational als Shell of Unilever zijn geweest.

Het is de grote verdienste van Van Goor dat hij JP Coen niet reduceert tot de eendimensionale schurk uit de activistische agitprop. Hij volgt daarin het motto van de grote historicus Arie van Deursen: ‘geschiedenis is recht doen aan dode mensen’. Of zoals een andere grote historicus, Henk Wesseling, de essentie van zijn vak definieerde: ‘begrijpen en niet veroordelen’ en ‘elk tijdvak beoordelen naar de normen van die tijd’.

Dat is tegenwoordig te vaak aan dovemansoren gericht.

(Jur van Goor. Jan Pierszoon Coen (1587-1629). Koopman-koning in Azië. Uitgeverij Boom. 575 blz. Prijs:€ 39,90)

Eerder op Trefpunt Azië: De nieuwe mystiek van het anti-racisme
Peter van Nuijsenburg
Over Peter van Nuijsenburg 215 Artikelen
Journalist en publicist Peter van Nuijsenburg (64) werkte in het verleden bij De Telegraaf, Elsevier en persbureau GPD. Voor deze laatste organisatie was hij correspondent in Johannesburg, Berlijn en Tokio. Peter was voorheen ook parlementair en economisch redacteur. Hij is liefhebber en kenner van kunst en cultuur. Bij dagblad Trouw publiceerde hij boekbesprekingen. Beroepsmatig en (meer recentelijk) als toerist was hij in Thailand en andere Asean–landen.

3 Comments

  1. Ik heb het boek van jur van goor ook gelezen. Hoewel dat in de media wel wordt geroepen heeft jp coen niet een heel eiland uit laten moorden. Hij heeft de leiders van de eilanden (orang kaja’s) laten doden, het plan was de rest van de inwoners naar java te verschepen en inwoners van andere bevriende volken de kleine eilandjes te laten bevolken. Veel bandanezen zijn daarop inderdaad verscheept naar java, van degenen die ervoor kozen te blijven en zich te verschuilen kwamen er veel om door honger en ziekte. Paar noten: een van de voorgangers van jp coen (Verhoeff) liep een paar jaar daarvoor in een hinderlaag en werd door de bandanezen gedood. Dat meegespeeld hebben. Ook intern hadden de bandanezen ruzie en deden zij aan koppensnellen. Was dus een andere tijd en context dan nu.

  2. ‘..normen van die tijd…’
    Ook naar de normen van die tijd was het niet juist bijna de hele bevolking van een eiland uit te moorden wegens een zakelijk conflict. Ook in zijn tijd werd JP Coen daar op aangesproken. Daarnaast mogen zijn goede daden ook vermeld worden.

    • In Coen’s tijd was er ook al kritiek over nodeloos geweld, o.a. door zijn voorganger. Die bestempelde Holland als de meest wrede natie, dat handel boven mensenlevens stelden. Dus is het misschien meer een kwestie van focus? Die afhankelijk van de tijd meer op het negatieve of positieve ligt? Die standbeelden dateren ook niet uit zijn tijd dus dat kunnen we even goed als artificieel bestempelen. Verheerlijking noch verkettering lijkt mij gepast. Als de focus nu wat meer op zijn wandaden ligt dan maak ik mij daar geen zorgen over. Of men dat beeld wil laten staan of in een museum wil plaatsen moet de bevolking van de gemeente maar bepalen. Dat is een mooiere oplossing dan de bodem van het kanaal.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*