Achter de schermen van een strandtent in Goa

Rob Verschuren, Goa, GinLaten we hem Quincy noemen. We treffen hem in de keuken. Hij staat voor het aanrecht waar ‘s nachts zijn Nepalese kok Ram slaapt onder een aangevreten muskietennet. Nu wacht er de mise-en-place van fijngehakte knoflook, uiringen en gesnipperde koriander in glazen kommetjes op de lunchorders. Quincy neemt de trechter van het haakje boven de gootsteen. Dan pakt hij de plastic waterfles die tussen de sojasaus en de kookwijn staat. In het schemerdonker giet hij langzaam en peinzend de helft van een volle fles Sauza tequila over in een lege. Als beide flessen halfvol zijn, vult hij ze af met lokale kokosnootjenever uit de waterfles.

Het gevoel een geboren ondernemer te zijn, die ondanks de wisselvalligheden van het horecavak en de inspanningen van de plaatselijke overheid zijn eigen kansen schept, brengt hem in een vredige stemming. Als de doppen weer op de flessen zitten, blijft hij een tijdje tegen het aanrecht leunen en luistert naar het gonzen van een blauwe, monsterachtig vette vlieg die een uitweg zoekt in de wand van palmmatten. Een glimlach verlicht Quincy’s zorgelijke trekken als hij terugdenkt aan Kerst en Nieuwjaar. Ah! die heilige weken, wanneer iedereen zich rijk rekent, data voor bruiloften worden vastgelegd, folders van Maruti Suzuki’s en 150 CC Honda’s over de balie gaan en oude matrones nieuwe gouden ringen om reumatische vingers schuiven.

Waar hij nu de kalme golven aan het lege strand ziet likken, stonden toen de Indiërs rij aan rij uit te staren over de zee, in de late middag en de korte schemering en in de kalme zeewind die na zonsondergang opsteekt en naar avontuur ruikt. De mannen in mouwloze onderhemden en de vrouwen volledig bedekt. Uren stonden ze zo, in spirituele verwondering, want zoiets heb je in Delhi niet. De zonnebedden waren altijd vol, zelfs voor de driedubbele prijs. En niet weinig Westerse vrouwen lagen topless onder de parasols, met melkwitte borsten en roze tepels, zo exotisch.

De keuken was een vet spattende hel en de boys telden ’s avonds hun fooien met vingers die trilden van uitputting. En overal tussendoor wriemelden de sieradenverkoopstertjes en de masseuses en de jongetjes met de folders van nachtclubs en krokodillenboerderijen en de  Rajastaanse familie met de verlopen kameel en de ritselaars en de kunstenmakers en de gewone bedelaars. En achter dit alles aan wriemelde, van het ene uiteinde van het strand naar het andere en weer terug, de kaki politiemacht, die overal gratis bier dronk.

Rob Verschuren, Goa, GinNu loopt het seizoen op zijn eind en het strand is grotendeels verlaten. Eigenlijk is het een triest gezicht, overweegt Quincy, al die shacks in een fantasieloze rij op voorgeschreven afstand van de vloedlijn. Je zou niet zeggen dat dit de plaatsen zijn waar de rijkdom van het Westen overgaat in de troebele geldstroom van de staat en – ondanks hun zorgeloze architectuur en vaak lakse uitbating – peilers van de Goaanse economie. Quincy’s Shack is de veertiende als je uit het zuiden komt en de zevende als je het strand vanuit het noorden afloopt. Tussen Sea Breeze Shack en Sunset Shack. En om heel eerlijk te zijn: het is de meest trieste van allemaal.

Pal voor de onderneming ligt het wrak van een ertsboot in de branding. Het ligt er al jaren. Een aangespoeld zeewezen van rottend staal, nog lelijker in zijn dood dan toen het, vermoeid en vreugdeloos, de Arabische Zee doorploegde. Wie naar het wrak kijkt, kan het gevoel niet onderdrukken dat een levensbedreigende lading zich millimeter voor millimeter naar buiten knaagt. Maar toeristen hebben altijd wat te mekkeren. De wijze mannen die de staat besturen, weten dat het zo’n vaart niet loopt en laten dit elk jaar aan het begin van het toeristenseizoen afdrukken in de Times of India (editie Goa). En eens in de vier jaar, in de maanden die aan de verkiezingen voorafgaan, ontvouwen ze plannen om de rotzooi nog voor de komst van de moesson definitief op te ruimen.

Rob Verschuren, Goa, GinToch heeft hij zijn vaste klanten, die elk jaar terugkomen.Want hoewel alle shacks er hetzelfde uitzien – bamboe palen, behangen met matten van gevlochten palmbladeren – en dezelfde kaart voeren, vindt de toerist al snel zijn favoriete stekje en brengt daar het grootste deel van zijn verblijf door, etend, drinkend en zwetend op zijn favoriete zonnebed, waar hij wordt geteisterd door zijn favoriete masseuses, ananasverkoopsters en zonnebrillenventers. ‘Waarom probeer je de boel toch altijd te besodemieteren, Quincy?’ had een van deze vaste gasten hem een tijdje terug gevraagd, toen de shack weer eens kraakte onder een ruzie om de rekening.

‘Voor mijn moeder,’ had hij afwezig gemompeld, zijn blik op de drie massieve Russische ruggen die landinwaarts verdwenen.
‘Wat?’

Quincy vouwde zijn handen voor zijn borst. Hij keek ernaar terwijl hij sprak.
‘Wat denk je dat ik hier verdien in een seizoen? Genoeg om de rest van het jaar op een cruise te gaan? Als dat zo was, zou volgend jaar de vergunning nog meer kosten. Ze weten precies hoeveel de shacks opbrengen, ons democratisch gekozen deelstaatbestuur. Net genoeg om de zomer door te komen en in november onze laatste cent weer te investeren. Zo gaat het altijd en we leven ermee. Maar nu heeft mijn moeder het aan het hart. Als ze niet opereren, gaat ze dood. Daar gaat het geld heen dat ik dit jaar verdien. Ik weet niet of het genoeg is. En hoe ik volgend jaar de vergunning moet betalen en nieuwe spullen kopen, God mag het weten. Dus vertel me eens, is het een misdaad om een paar rijke zatlappen een paar roepies meer te rekenen om het leven van mijn moeder te redden?’

‘Is dat waar Quincy? Of probeer je mij nu ook te belazeren? Dat zou heel dom zijn, weet je?’

Quincy keek op van zijn handen. ‘Dat is de heilige waarheid, Grethe. Ik zweer het op het beeld van Moeder Maria.’
‘Toch is het niet de manier, Quincy. Kleine bedriegerijtjes zijn slecht voor de zaken. Voor je het weet, heb je een naam en loopt iedereen je shack voorbij. Als je de boel wilt flessen, moet je het groot aanpakken. Zoals politici of de jokers die de reclame voor rimpelcrème bedenken.’

Quincy schopt de deur van de keuken open en loopt naar de bar, waar hij de twee volle tequilaflessen op de plank met de dure drankjes zet. De ‘Indian made foreign liquors’ staan een plank lager. Hij kijkt naar het scheepswrak en haalt zijn schouders op. In ieder geval heeft de voorzienigheid, of mogelijk de Maagd Maria zelf, het uitzicht gespaard van vuilstortplaatsen en bivakkerende zigeunerfamilies, tel je zegeningen.

Hans Geleijnse, Pon, Reli-fanate

En vandaag ligt er geld. Hoe laat ook in het seizoen, vandaag ligt er geld. Vier van zijn twaalf zonnebedden zijn bezet. Hij kijkt met een flauwe glimlach hoe Baptist parasols verzet zodat het geld in de schaduw blijft. De jongere boy, die Boy wordt genoemd, veegt zand van de tafeltjes met een theedoek. Daar kan hij mee bezig blijven, want er staat een aflandige wind die het losse zand van de duinen laat stuiven.

Na een laatste blik op de Engelse vrouw die aan haar tweede gin-tonic bezig is – 1.500 roepie voordat de zon onder is, daar durft hij om te wedden –  haalt hij een wierookstaafje uit het doosje onder de bar en houdt het boven het vlammetje van zijn aansteker. Dan steekt hij het in het potje met zand voor het beeldje van Maria, op het plankje boven de televisie.

Hij vouwt zijn handen en prevelt zijn dagelijkse gebed, dat altijd begint met dezelfde woorden: ‘Wat ik je nog wilde vragen…’

 

©De Aziatische Tijger, 2013

Tekst Rob Verschuren

Foto’s: Anneke Aantjes, Frans Timmerhuis en André van Bel

Gerelateerde berichten

Rob Verschuren
Over Rob Verschuren 47 Artikelen
Een half leven lang op weg naar het Zuiden, heeft Rob Verschuren via België, Frankrijk en India in 2009 Nha Trang, Vietnam bereikt. Nu hoeft hij niet meer verder. In zijn hangmat aan de Zuid-Chinese Zee schrijft hij reclame voor klanten en fictie voor zijn plezier.

1 Comment

  1. Mooi Rob, ik ben in Goa geweest, armetierig is nog een understatement. Vriendelijke mensen, enkele vergane glorie huizen, maar dat weet jij uiteraard veel beter.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.